PrintVis/Business Central vs Odoo in de printindustrie

ERP Vergelijker
December 21, 2025

1. Introductie en context

De vraag “houden we ons huidige ERP/MIS (PrintVis op Microsoft Dynamics 365 Business Central) of stappen we over naar Odoo?” komt vaak op het moment dat er druk ontstaat op processen, kosten of wendbaarheid. Deze blog is bedoeld als beslisondersteuning: niet om een platform te “verkopen”, maar om de inhoudelijke verschillen, trade-offs en onzekerheden zichtbaar te maken, zodat u gericht kunt toetsen wat in uw situatie het beste past.

De vergelijking is vooral relevant voor drie groepen besluitvormers. Voor directie en finance gaat het om strategische afhankelijkheden, risico’s, schaalbaarheid en total cost of ownership. Voor operations gaat het om doorlooptijd, planning, capaciteitsbenutting en de mate waarin het systeem de werkvloerlogica van printproductie ondersteunt. Voor IT gaat het om architectuur, integratie, data-governance, releasebeheer en controle over data (waar staat het, wie kan erbij, en wat zijn de compliance-implicaties).

Typische situaties waarin deze keuze speelt:

  • Groei, overname of multi-site: meer locaties, meer productvarianten en behoefte aan standaardisatie.
  • Nieuwe productmix: bijvoorbeeld uitbreiding van “pure print” naar services, fulfillment, e-commerce, of abonnementsmodellen.
  • Integratiedruk: meer koppelingen met shopfloor, portals, CRM, e-commerce of externe logistiek.
  • Kosten- en licentiedruk: discussie over Microsoft-licenties, partnerkosten, of versnippering van tools.
  • Digital transformation: wens om processen te herontwerpen, meer datagedreven te sturen, of AI-toepassingen te benutten.

Scope en aannames in deze blog:

  • Het gaat om ERP plus productie/MIS voor een printcontext (commercial print, packaging, labels, large format, enz.).
  • PrintVis wordt beschouwd als industriespecifieke MIS/ERP-laag bovenop Dynamics 365 Business Central.
  • Odoo wordt beschouwd als modulair ERP-platform met brede bedrijfsfuncties; industriespecifieke print-MIS diepte is meestal afhankelijk van configuratie, add-ons, maatwerk en implementatiepartner.

2. Type ERP en uitgangspunt van bestaand ERP systeem versus Odoo

PrintVis is in essentie een print-MIS/ERP-oplossing die de print- en packaging-processen afdekt (offerte, calculatie, job costing, productieflow) en daarbij leunt op de ERP-kern van Business Central voor generieke ERP-functies zoals financiële administratie en standaard bedrijfsprocessen. Daarmee is PrintVis een sectorspecifieke laag die ontworpen is vanuit “print-first” proceslogica: het systeem vertrekt vanuit jobs, bewerkingen, materiaalverbruik, machinecapaciteit en de typische variatie in printorders.

Odoo is een generiek, modulair ERP-platform. Het vertrekpunt is “platform-first”: een brede set bedrijfsfuncties die u via apps/modules combineert (bijvoorbeeld sales/CRM, voorraad, inkoop, productie, boekhouding, projecten, field service, e-commerce). Voor industriespecifieke print-MIS functionaliteit is Odoo in de praktijk afhankelijk van configuratie, maatwerk of partnerspecifieke uitbreidingen. Dat biedt vrijheid, maar betekent ook dat “de diepte” niet standaard gegarandeerd is zonder aanvullende keuzes.

Dit verschil in uitgangspunt heeft praktische gevolgen:

  • Procesfit: PrintVis past doorgaans directer op print-specifieke calculatie- en productieprocessen; Odoo past doorgaans directer op brede bedrijfsprocessen buiten print.
  • Ontwerpkeuzes: bij PrintVis zit veel “printlogica” in het product; bij Odoo komt een deel van de printlogica uit implementatieontwerp (workflow, datamodel, integraties, add-ons).
  • Innovatiepad: PrintVis volgt de mogelijkheden en releasecadans van Business Central; Odoo volgt zijn eigen roadmap (en eventueel die van gekozen add-ons).

Ook het implementatiemodel verschilt. PrintVis/Business Central is typisch partner-led: implementatie, configuratie, extensies en integraties lopen vaak via een Microsoft/PrintVis partner met kennis van de printsector. Odoo kent meer varianten: partner-led blijft gebruikelijk, maar organisaties kiezen soms ook voor meer interne regie (bijvoorbeeld een eigen Odoo-team) of een mix. Meer varianten betekent ook dat governance explicieter moet: wie bewaakt dat processen, integraties en releases consistent blijven?

Qua positionering is PrintVis duidelijk gericht op printproductiebedrijven (commercial print, packaging, labels, large format, finishing, enz.) met behoefte aan end-to-end jobflow en kostprijssturing. Odoo heeft een bredere mkb/mid-market footprint over sectoren heen. Als contrast helpt dat bij de kernvraag: zoekt u vooral sectorspecifieke procesdiepte, of zoekt u een breed platform om bedrijfsbreed te consolideren?

3. Waarin PrintVis sterker is

De belangrijkste kracht van PrintVis zit in de diepte van print-MIS functionaliteit. Denk aan estimating/calculatie (met variabelen zoals oplages, materiaal, bewerkingen, insteltijden, afvalpercentages), job costing en het volgen van orders door prepress, press en postpress. In veel printomgevingen is juist dit deel van de keten bepalend voor marge en leverbetrouwbaarheid. Als deze logica “standaard” in het systeem zit, reduceert dat de hoeveelheid maatwerk en verkleint het de kans dat cruciale details pas tijdens implementatie boven water komen.

Ook in productieplanning voor de printcontext is PrintVis vaak sterker. Printplanning is zelden een generiek “manufacturing” probleem: een order kan meerdere bewerkingen hebben, met alternatieve routes, verschillende machines, batchlogica en afhankelijkheden tussen prepress/druk/afwerking. PrintVis is ontworpen om die realiteit te modelleren. Dat betekent niet dat planning automatisch optimaal is (dat hangt altijd af van datakwaliteit en discipline), maar de “native” concepten sluiten doorgaans beter aan bij de werkvloer.

Een concreet onderscheid is de ondersteuning voor JDF/CIP4 interoperabiliteit. PrintVis is JDF-enabled en kan koppelen met JDF-compatibele systemen in de workflow, drukpersen en afwerkingsapparatuur. Voor organisaties die sterk leunen op JDF-gestuurde shopfloor-integraties kan dit een doorslaggevende factor zijn: het bepaalt hoeveel van uw bestaande machinekoppelingen en workflow-automatisering u kunt behouden zonder herbouw.

Verder is er de fit met het Microsoft-ecosysteem. Omdat PrintVis op Business Central draait, sluit het aan op Microsoft security- en identityconcepten, rollen/authorizations, en de bredere Microsoft stack. In organisaties die al zwaar investeren in Microsoft (Azure, Microsoft 365, Power Platform, Power BI) kan dit de integratie en beheerbaarheid vereenvoudigen, mits u binnen de kaders van Business Central blijft (extensibility-model, releasebeheer, tenant-keuzes).

Tot slot zijn er BI-accelerators in Power BI. PrintVis documenteert minimaal een vooraf gebouwde Power BI “Sales App” op PrintVis/Business Central data. Dat kan de time-to-insight verkorten, vooral bij teams die al met Power BI werken. Tegelijk blijft het belangrijk om te toetsen hoe “real-time” de dashboards in uw opzet werkelijk zijn: refreshfrequentie, latency en de gekozen architectuur (direct query, extract, datawarehouse) bepalen uiteindelijk de bruikbaarheid voor dagsturing.

4. Waarin Odoo sterker is

Odoo is vaak sterker in brede functionele dekking buiten print. Als uw organisatie naast productie ook veel doet met CRM, website/e-commerce, marketing automation, field service, projectwerk, HR of subscriptions, dan kan een platform met brede standaardapps aantrekkelijk zijn. Het voordeel is niet per se dat elke module “dieper” is dan specialistische tools, maar dat u bedrijfsbreed op één datamodel en één gebruikerservaring kunt standaardiseren.

Een tweede kracht is sneller uitbreiden via modulaire apps. In Odoo voegt u functionaliteit vaak toe door modules te activeren en processen te configureren, in plaats van zware aanpassingen in een kern. In de praktijk blijft er vaak configuratie- en integratiewerk nodig, maar de drempel om te experimenteren en iteratief uit te rollen kan lager zijn. Dit kan relevant zijn bij groei, nieuwe business lines of veranderende klantkanalen.

Odoo kan ook sterker zijn in flexibiliteit voor niet-standaard bedrijfsmodellen. Denk aan situaties waar productie en dienstverlening gecombineerd worden, waar multi-company structuren snel veranderen, of waar u nieuwe proposities lanceert die niet netjes in een klassiek print-MIS stramien passen. De trade-off is dat flexibiliteit vaak betekent dat u zelf keuzes moet maken over datadefinities, workflows en autorisaties. Wat u wint in vrijheid, moet u beheersen met governance en testdiscipline.

Daarnaast speelt gebruikservaring en procesharmonisatie mee. Eén platform voor meerdere afdelingen kan “tool-sprawl” verminderen, mits u daadwerkelijk processen harmoniseert en niet alleen tools vervangt. Als de huidige situatie bestaat uit losse oplossingen (CRM apart, ticketsysteem apart, e-commerce apart, Excel voor planning) kan Odoo als consolidatielaag helpen. Maar de winst komt pas als u het procesontwerp meeneemt: standaardiseren waar het kan, differentiëren waar het moet.

Ten slotte: minder afhankelijk van één ERP-kernleverancier kan een strategisch argument zijn. PrintVis is per definitie gekoppeld aan Business Central (licensing, deploymentopties, extensibility en releasecyclus). Odoo is een alternatief uitgangspunt als u die afhankelijkheid wilt heroverwegen. Daar staat tegenover dat u in Odoo mogelijk meer afhankelijk wordt van specifieke implementatiepartners of maatwerkcomponenten als u diep print-specifiek gaat.

5. Vergelijking

Een nuttige manier om de vergelijking te structureren is de print-procesketen: offerte → calculatie → planning → productie → levering → facturatie. In veel printbedrijven zit de kritische complexiteit aan de voorkant (calculatie/estimating) en in het midden (planning en shopfloor-uitvoering). PrintVis biedt daar doorgaans meer standaarddiepte: job-georiënteerde calculatiemodellen, job costing en workflow door prepress/press/postpress sluiten direct aan bij de industrie.

Odoo kan deze keten ook ondersteunen, maar het verschil zit in hoeveel u “zelf moet bouwen” via configuratie, add-ons en integraties. Offertes, orders, voorraad en facturatie zijn generiek meestal goed te modelleren. De uitdaging is het print-specifieke deel: kostprijslogica per bewerking, machine-specifieke parameters, waste, alternatieve routes en de koppeling tussen planning en shopfloor-feedback. Als u daarvoor maatwerk nodig heeft, verschuift het risico van “productfit” naar “implementatiefit”.

Daarmee komen we bij de fit-gap. PrintVis dekt print-MIS onderdelen (estimating, jobflow, job costing) doorgaans rijker af. Odoo dekt generieke onderdelen vaak breder af (CRM, web/e-commerce, service, projecten, HR). De kernvraag is welke gaps u acceptabel vindt:

  • Als u print-MIS must-haves hebt die u niet wilt herontwerpen (bijvoorbeeld JDF-gestuurde workflow, specifieke calculatie-templates, complexe afwerking), dan is de fit-gap richting Odoo potentieel groot tenzij er bewezen add-ons/partners zijn.
  • Als u juist bedrijfsbrede consolidatie zoekt en print één van meerdere activiteiten is, dan kan de fit-gap richting PrintVis ontstaan aan de “randen” (website/e-commerce, marketing, service, subscription-achtige modellen), waardoor u alsnog extra systemen nodig heeft.

Bij integraties en shopfloor is het verschil vaak doorslaggevend. PrintVis’ JDF-oriëntatie maakt het logisch om JDF-gedreven koppelingen te benutten. In Odoo is de integratie-aanpak meestal API/connector-gebaseerd. Dat kan technisch prima werken, maar het betekent dat u expliciet moet ontwerpen hoe shopfloor-data (status, tijden, verbruik, kwaliteitschecks) in Odoo terechtkomt en hoe terugkoppeling naar planning plaatsvindt. Als u vandaag al machinekoppelingen heeft, moet u bepalen: hergebruiken we ze, vervangen we ze, of bouwen we ze opnieuw? Elk van die routes heeft kosten- en continuïteitsrisico’s.

Op data & reporting heeft PrintVis het voordeel van de Microsoft stack: Business Central reporting en Power BI liggen in elkaars verlengde, en er zijn accelerator-dashboards beschikbaar. De aandachtspunten zitten in architectuurkeuzes (refresh/latency, datamodellering) en in de vraag of uw stuurinformatie vooral print-specifiek is (jobmarges, machine-OEE-achtige inzichten, doorlooptijd per bewerking) of juist bedrijfsbreed (klantwaarde, kanaalperformance, servicekosten). Odoo heeft eigen rapportage, maar in veel omgevingen wordt voor geavanceerde BI alsnog een datawarehouse of BI-laag gekozen. De “beste” keuze is daarmee afhankelijk van uw bestaande data-platform en skills (bijvoorbeeld Power BI vs alternatieve tooling).

De strategische fit per scenario laat zich meestal als volgt samenvatten:

  • Pure print focus en procesdiepte: PrintVis past vaak beter, omdat de kernprocessen al in het product zitten en shopfloor-integraties (zoals JDF) logischer aansluiten.
  • Diversificatie en platformconsolidatie: Odoo kan beter passen als u veel niet-print processen wilt harmoniseren en uitbreiding naar nieuwe kanalen/business lines verwacht.

Tot slot de risico’s en afhankelijkheden. Bij PrintVis ligt een deel van de lock-in bij Microsoft/Business Central: licenties, tenant/deploymentopties en releasecyclus zijn bepalend. Bij Odoo verschuift lock-in vaker naar de implementatie: hoeveel maatwerk is er, hoe goed is het gedocumenteerd, en hoe makkelijk is het om van partner te wisselen? In beide gevallen is releasebeheer cruciaal: updates kunnen impact hebben op extensies, integraties en rapportages. Het verschil is waar die impact vandaan komt (platformvendor vs maatwerklandschap) en hoe voorspelbaar u die impact kunt managen.

6. AI en Integratie

Op AI-vlak is PrintVis relevant omdat het aansluit op de Microsoft AI-ontwikkelingen. PrintVis verwijst naar Copilot use-cases zoals vragen stellen in natuurlijke taal, samenvatten en ondersteuning bij e-mail/automatisering. Praktisch gezien betekent dit dat gebruikers sneller informatie kunnen vinden (bijvoorbeeld orderstatus, afwijkingen, klantgeschiedenis) en dat repetitieve taken in administratie en sales deels ondersteund kunnen worden. De waarde hangt af van adoptie (gaan mensen het gebruiken?), data-kwaliteit (kloppen de brondata?) en autorisaties (mag de gebruiker de gevraagde informatie zien?).

Specifiek voor operations noemt PrintVis AI-assisted planning via “Capacity Optimization” (Copilot) om workload te herverdelen over capaciteit/machines. Dit kan interessant zijn in omgevingen met veel herplanning. Tegelijk is planning-AI sterk afhankelijk van aannames: correcte routings, realistische doorlooptijden, actuele capaciteit, en een heldere doelstelling (minder te laat, minder omsteltijd, betere bezetting). In de praktijk is dit geen “druk op de knop”-optimalisatie, maar een beslisondersteunend mechanisme dat u moet valideren op uw eigen constraints.

Voor datatoegang voor AI en analytics is de kernvraag: hoe snel en volledig kunt u data uit het transactiesysteem halen, en hoe betrouwbaar is die data? Bij PrintVis/Business Central is het datamodel leidend, met Power BI als veelgebruikte analyse- en visualisatielaag. Let daarbij op refresh/latency: dashboards die “bijna real-time” lijken, kunnen in werkelijkheid een extract-interval hebben dat net te traag is voor dagsturing. Ook hier geldt: architectuurkeuzes bepalen de grens tussen managementrapportage en operationele control.

De integratie-architectuur verschilt in karakter. Bij PrintVis gaat het vaak om een combinatie van JDF/CIP4-koppelingen richting shopfloor en Microsoft-integratiepatronen richting kantoorprocessen. Extensies en integraties bewegen binnen het Business Central extensibility-model, vaak partnergedreven. Dat geeft structuur, maar ook grenzen: sommige aanpassingen zijn bewust “ingekaderd” om upgradebaarheid te behouden.

Bij Odoo is de integratie-aanpak doorgaans API-first met connectoren. Dat is een voordeel als u veel moderne cloudapplicaties wilt koppelen. Voor print-specifieke shopfloor-integraties is het echter een ontwerpopgave: Odoo heeft niet automatisch dezelfde JDF-gedreven standaardkoppelingen als een print-MIS. U moet dan kiezen tussen (a) een bestaande partneroplossing, (b) een middleware-laag die JDF vertaalt naar Odoo, of (c) het vervangen van bepaalde shopfloorsoftware. Elke optie beïnvloedt complexiteit, onderhoud en risico.

Data sovereignty & hosting verdient aparte aandacht. PrintVis-hosting volgt Business Central: cloud (SaaS) en on-premises zijn genoemd als opties. Voor EU-organisaties is relevant dat Business Central onder voorwaarden kan vallen binnen Microsoft’s EU Data Boundary voor in-scope data, afhankelijk van tenant/geo-keuzes en configuratie. Dat ondersteunt eisen rond opslag en verwerking binnen EU/EFTA, maar het blijft noodzakelijk om contractueel en technisch te verifiëren wat “in scope” is en welke telemetrie of supportprocessen buiten de boundary kunnen vallen.

Voor Odoo is hosting een expliciet vergelijkingspunt: welke deploymentvorm kiest u (SaaS, managed hosting, on-prem), waar staat de data fysiek, welke subverwerkers worden gebruikt, en welke beheermaatregelen kunt u zelf afdwingen (encryptiesleutels, logging, back-upretentie, toegang door leveranciers). Voor een zuivere vergelijking is het verstandig om data-locatie, toegangscontrole, auditlogging en exit-mogelijkheden (data export) als harde criteria op te nemen, los van functionele voorkeur.

10. Kosten en impact van een overstap

Een overstap van PrintVis/Business Central naar Odoo is zelden alleen een licentiediscussie. Het is een herinrichting van processen, data en integraties. Een goede business case splitst daarom de kosten en impact in vier lagen: eenmalig, terugkerend, organisatorisch, en verwachte ROI.

Kostencomponenten: licenties en platform. In het PrintVis-landschap heeft u doorgaans te maken met Business Central licenties/tenant (en eventueel aanvullende Microsoft-diensten) plus PrintVis-licensing en partnerdiensten. Bij Odoo betaalt u voor Odoo-licenties en geactiveerde modules, plus eventuele add-ons van partners. De schaalfactoren zijn vergelijkbaar in de zin dat meer gebruikers, entiteiten en sites meestal tot hogere licentie- en beheerkosten leiden. Het verschil zit in de prijsstructuur en in welke functionaliteit “standaard” in de licentie zit versus als add-on komt. Dit moet u concreet uitvragen op basis van uw userrollen, sites en processen.

Migratie-inspanningen. De migratie is vaak de grootste onderschatte post. Minimaal gaat het om masterdata (klanten, leveranciers, artikelen/materialen, prijslijsten, machines/resources), openstaande transacties (open orders, WIP waar relevant, voorraadposities) en financiële historie. In een printcontext zijn er extra kritische datasets: calculatie-templates, kostmodellen, routings, bewerkingen, afvalpercentages en historische jobdata voor marge-analyse. U moet expliciet bepalen welke historie u migreert (alles vs selectief) en hoe u reconciliatie doet (financieel en operationeel). Minder migreren kan goedkoper zijn, maar kan rapportage en analyse over meerdere jaren beperken.

Proces- en change impact. De grootste organisatorische impact zit meestal in estimating, planning en shopfloor-registratie. Als u in Odoo (deels) nieuwe werkwijzen introduceert, moet u investeren in training per rol (sales/estimating, werkvoorbereiding, planners, operators, administratie) en in het herontwerp van werkafspraken. Een veelvoorkomend risico is dat teams “oude logica” proberen te reproduceren in een nieuw systeem zonder te heroverwegen wat echt nodig is. Dat leidt tot overmatig maatwerk en lagere adoptie. Aan de andere kant: te veel standaardiseren kan leiden tot procesverlies als print-specifieke uitzonderingen niet goed worden ondersteund.

Integratie-herbouw en downtime-risico. In printomgevingen zijn koppelingen vaak bedrijfskritisch: JDF-workflows, machinekoppelingen, barcodescans, portals, transporteurs, e-commerce, en BI-modellen in Power BI. Bij een overstap moet u inventariseren welke integraties u hergebruikt, welke u opnieuw bouwt en welke u vervangt. Elk integratiepunt heeft test- en cutover-risico. Voor productiecontinuïteit is het verstandig om een cutover-aanpak te kiezen die past bij uw leververplichtingen: big bang kan sneller zijn maar risicovoller; gefaseerd kan veiliger zijn maar introduceert tijdelijk dubbele processen of datasync.

TCO en waarde-drivers. Terugkerende kosten bestaan niet alleen uit licenties, maar ook uit beheer, consultancy, integratieonderhoud, monitoring, security en releasebeheer. De waarde (ROI) komt typisch uit enkele hypothesen die u moet kwantificeren:

  • Consolidatie: minder losse systemen en minder handmatige overdrachten.
  • Snellere uitbreidingen: sneller nieuwe modules/kanalen live zonder grote trajecten.
  • Betere stuurinformatie: sneller inzicht in marges, verspilling, doorlooptijd, leverbetrouwbaarheid.
  • Procesverbetering: minder rework, minder fouten in calculatie en orderoverdracht.

De onzekerheid is dat deze baten sterk afhangen van implementatiekwaliteit en adoptie. Een Odoo-implementatie met veel maatwerk kan TCO juist verhogen. Een PrintVis-optimalisatie zonder procesdiscipline kan baten juist beperken. Daarom werkt een business case beter met bandbreedtes en gevoeligheidsanalyse (bijvoorbeeld: wat gebeurt er als integratiekosten 30% hoger uitvallen, of als adoptie zes maanden langer duurt?).

Beslispunten voor go/no-go. In de praktijk is het zinvol om vooraf harde drempels vast te leggen:

  • Minimale functionele eisen: print-MIS must-haves die aantoonbaar werken (niet alleen “kan gebouwd worden”).
  • Budgetrange: inclusief integraties, migratie, training en nazorg (hypercare).
  • Tijdslijn: rekening houdend met piekseizoenen en klantverplichtingen.
  • Risicobereidheid: acceptabele downtime, acceptabele mate van procesverandering.

11. Conclusie en vervolgstappen

Wanneer u PrintVis/Business Central met Odoo vergelijkt, komt de afweging meestal neer op een beperkt aantal besliscriteria. Procesdiepte in print (calculatie, jobflow, planning, shopfloor) is vaak het sterkste argument om PrintVis te behouden of te optimaliseren. Uitbreidbaarheid en bedrijfsbrede dekking (CRM, e-commerce, service, multi-business) is vaak het sterkste argument om Odoo te overwegen. Integraties (met name JDF en machinekoppelingen) bepalen veel van de overstapkost en het risico. Data/AI draait uiteindelijk om datakwaliteit, architectuur en governance, niet alleen om beschikbare functies. TCO hangt af van licenties én van maatwerk- en integratielandschap. En risico is vaak een mix van vendor lock-in versus implementatie-afhankelijkheid.

Op basis daarvan zijn er grofweg drie scenario’s die u kunt toetsen:

  • Scenario 1: print-core optimaliseren. U behoudt PrintVis/Business Central en richt verbetering op procesdiscipline, datakwaliteit, reporting en selectieve integratieverbeteringen. Dit past wanneer print de kern is en de huidige MIS-diepte essentieel is.
  • Scenario 2: platform-breed transformeren. U kiest Odoo als kernplatform om bedrijfsbreed te consolideren en accepteert dat print-specifieke diepte via ontwerp, add-ons of maatwerk wordt ingevuld. Dit past wanneer diversificatie en consolidatie strategisch zwaarder wegen dan “print-first” standaardlogica.
  • Scenario 3: hybride. U behoudt PrintVis voor de print-core (calculatie/planning/shopfloor) en gebruikt Odoo voor randprocessen of nieuwe business lines (bijvoorbeeld CRM, e-commerce, service), met duidelijke integratie- en data-afspraken. Dit kan een pragmatische route zijn als u risico wilt spreiden, maar vraagt extra aandacht voor masterdata en end-to-end reporting.

Voor vervolgstappen werkt een kortcyclische validatie het best:

  • Fit-gap workshops: toets must-have printprocessen tegen Odoo (en eventuele add-ons) en tegen PrintVis-optimalisatieopties.
  • Data-assessment: inventariseer datakwaliteit, definities (marges, waste, doorlooptijd) en datastromen naar BI.
  • Integratie-inventaris: maak een lijst van alle koppelingen (JDF, portals, logistiek, BI) en bepaal herbouw-/vervangingsstrategie.
  • Referentiebezoeken/demos per use-case: geen generieke demo’s, maar scenario’s zoals herplanning bij storingen, calculatie voor complexe jobs, of shopfloor-feedback.

De output die u nodig heeft voor een besluit bestaat idealiter uit: een gevalideerde requirementslijst (must/should/could), een target-architectuur op hoofdlijnen (inclusief hosting en data-sovereignty eisen), een migratieplan op hoofdlijnen (wat migreert u wel/niet en waarom) en een business case met bandbreedtes en gevoeligheidsanalyse.

12. Hoe pantalytics kan helpen bij een overstap

Als u de keuze tussen PrintVis optimaliseren en Odoo implementeren serieus wilt onderbouwen, is onafhankelijke begeleiding vooral waardevol in de fase vóórdat u zich vastlegt op een implementatiepad. Pantalytics kan daarbij helpen op vijf concrete gebieden.

Fit-gap en requirements vertaling. Dit begint met het inventariseren van uw print-specifieke processen: estimating, planning, shopfloor-registratie, kwaliteitschecks, en de manier waarop marges tot stand komen. Vervolgens wordt dit vertaald naar een requirementsstructuur (must/should/could) en gemapt naar (a) wat PrintVis standaard biedt en (b) wat Odoo standaard/ via add-ons/ via maatwerk kan leveren. Het doel is om aannames (“dat kan vast wel”) te vervangen door toetsbare statements (“dit is aantoonbaar werkend in een vergelijkbare omgeving”).

Architectuur en integratieontwerp. In printomgevingen bepaalt integratie vaak de echte complexiteit. Pantalytics kan een shopfloor/JDF-impactanalyse uitvoeren: welke JDF-gedreven flows zijn kritisch, welke systemen zijn bronhouder van status en verbruik, en welke latency is acceptabel. Op basis daarvan kan een API/connector-strategie worden uitgewerkt (inclusief keuze voor middleware waar nodig) en kunnen BI/datawarehouse-keuzes worden onderbouwd zodat stuurinformatie consistent blijft over systemen heen.

Data & migratie-aanpak. Voor migratie gaat het niet alleen om “export/import”, maar om datakwaliteit, definities en validatie. Pantalytics kan helpen met een migratiestrategie (stapsgewijs vs big bang), met datacleaning prioritering (welke velden zijn essentieel voor calculatie en planning), en met reconciliatie: klopt de financiële startbalans, kloppen open orders, en zijn marge-rapportages reproduceerbaar na migratie?

Implementatiegovernance. Onafhankelijke governance helpt om scope creep en integratierisico’s te beperken. Denk aan planning en fasering, scopebeheer, risico- en teststrategie (inclusief shopfloor-tests), en heldere rolverdeling tussen business, IT en implementatiepartner. Dit is met name relevant als u (bij Odoo) meer maatwerk of eigen regie verwacht, of als u (bij PrintVis) meerdere partners en Microsoft-componenten combineert.

Business case en TCO-benchmark. Pantalytics kan een kostenmodel opstellen met bandbreedtes voor licenties, implementatie, integraties, migratie, training en beheer. Belangrijk is de gevoeligheidsanalyse: wat is het effect van extra maatwerk, extra integratiepunten, langere adoptie, of strengere data-sovereignty eisen (bijvoorbeeld EU-hosting, logging, encryptie, exit-plannen). Zo ontstaat een business case die niet alleen “best case” is, maar ook expliciet maakt waar de financiële en operationele onzekerheden zitten.