MyFactory Cloud ERP vs Odoo

ERP Vergelijker
December 21, 2025

1. Introductie en context

Veel organisaties lopen tegen hetzelfde kantelpunt aan: het bestaande ERP ondersteunt de basis nog, maar groei en toenemende complexiteit maken de beperkingen zichtbaar. Denk aan meer ordervolumes, meerdere verkoopkanalen (retail, e-commerce, EDI), strengere compliance-eisen (o.a. e-facturatie) en een hogere druk op kostenbeheersing. Tegelijkertijd neemt het aantal koppelingen vaak toe, waardoor het landschap fragieler wordt en wijzigingen langer duren.

Deze blog is geschreven voor drie doelgroepen die elk andere besliscriteria hanteren. De directie kijkt primair naar strategische wendbaarheid, risico, compliance en total cost of ownership. Operations beoordeelt procesfit: kan het systeem het werk eenvoudiger maken, met minder uitzonderingen en minder handwerk? IT let op architectuur, beheerlast, integratiemogelijkheden, datacontrole en security.

De vergelijking in dit artikel gaat over MyFactory Cloud ERP versus Odoo. Waar relevant wordt onderscheid gemaakt tussen Odoo Community (open source) en Odoo Enterprise (commercieel), omdat de keuze invloed heeft op licenties, functionaliteit, support en beheeropties.

Belangrijk: in ERP-selecties is “fit” vaak waardevoller dan een losse featurelijst. Een systeem kan op papier meer functies hebben, maar toch minder passend zijn als het net niet aansluit op kernprocessen, lokale vereisten of de manier waarop je organisatie wil werken. Andersom kan een compacter systeem prima voldoen als de processen voorspelbaar zijn en de standaard goed aansluit.

In dit artikel worden enkele termen gebruikt in een praktische betekenis. Met ERP-kern bedoelen we orderverwerking, inkoop, voorraad en basisadministratie. PPS/MRP gaat over productieplanning, materiaalbehoefte en werkorders. CRM gaat over lead- en klantproces (van verkoopkans tot relatiebeheer). E-commerce omvat webshopfunctionaliteit en kanaalintegratie. BI/reporting is rapportage en analyse (van standaardrapporten tot SQL-gedreven dashboards). Extensies/marketplace verwijst naar uitbreidingen via apps, modules of partneroplossingen.

2. Type ERP en uitgangspunt van bestaand ERP systeem versus Odoo

MyFactory positionering en doelgroep. MyFactory positioneert zich als cloud-ERP met een duidelijke MKB/KMU-focus. In de beschikbare bronnen ligt de nadruk op handel (groothandel/retail), productie/fertiging (incl. PPS) en dienstverlening/service. Het typische klantprofiel wordt vaak genoemd tot circa 50–100 medewerkers, met een sterke aanwezigheid in de DACH-regio. Dat beïnvloedt de “default” procesverwachtingen, lokale documentstandaarden en de manier waarop support en partnerschap georganiseerd zijn.

Odoo positionering en doelgroep. Odoo is in de praktijk een modulair ERP-platform dat breed inzetbaar is over sectoren en landen. Het uitgangspunt is dat je start met een kern (bijv. sales, inventory, accounting) en vervolgens uitbreidt met aanvullende apps (productie, service, e-commerce, project, marketing, etc.). Dit maakt Odoo aantrekkelijk wanneer processen veranderen door groei, acquisities, nieuwe kanalen of internationalisatie. Tegelijk betekent het dat keuzes rondom configuratie en governance zwaarder wegen: je “bouwt” in zekere zin je ERP samen.

Leveringsmodel en governance. MyFactory wordt in de geraadpleegde bronnen neergezet als cloud-first oplossing met hosting in Duitsland en GDPR/DSGVO-positionering. Daarnaast is MyFactory volgens een overzicht als closed source benoemd. Dat heeft gevolgen voor hoe ver je in de applicatie kunt kijken of aanpassen, en hoe afhankelijk je bent van vendor en partners voor veranderingen.

Bij Odoo is het onderscheid Community versus Enterprise relevant. Community is open source en biedt een basis om zelf te hosten en te beheren (self-managed). Enterprise voegt commerciële modules, diensten en licentievoorwaarden toe; hosting kan via Odoo of via een eigen/partner-managed omgeving, afhankelijk van de gekozen opzet. Governance gaat bij Odoo vaak over: hoeveel standaard accepteer je, waar sta je maatwerk toe, en hoe borg je onderhoudbaarheid bij upgrades.

Functionele baseline. In veel MKB-scenario’s dekken beide oplossingen in de basis verkoop, inkoop, voorraad, (een vorm van) productieplanning, boekhouding, CRM en rapportage af. Ook e-commerce is mogelijk, maar de opzet verschilt: MyFactory positioneert e-commerce als geïntegreerde module; Odoo biedt e-commerce als één van de apps binnen een breder platform, wat voordelen kan geven in end-to-end dataconsistentie maar ook meer ontwerpkeuzes vraagt.

Randvoorwaarden voor de lezer. Voordat je functionaliteit vergelijkt, is het nuttig om randvoorwaarden expliciet te maken: in welke landen moet je compliant zijn, welke talen en valuta zijn nodig, waar moet data fysiek staan, hoeveel integraties zijn onvermijdelijk (bijv. WMS, CAD/PLM, EDI, PIM, betaalproviders), en hoeveel change-capaciteit heeft de organisatie. Deze factoren bepalen vaak of een “klassieke suite” of een “platform” beter past.

3. Waarin MyFactory sterker is

DACH-specifieke positionering en adoptie. MyFactory heeft een duidelijke footprint en positionering in DACH. Voor organisaties die primair in Duitsland/Oostenrijk/Zwitserland opereren, kan dat betekenen dat bepaalde verwachtingen rond documenten, werkwijzen en compliance dichter tegen de standaard aan liggen. De trade-off is dat diezelfde focus minder voordeel oplevert als je organisatie primair buiten DACH opereert of snel internationaliseert.

Geïntegreerde “klassieke” ERP/PPS bundel. MyFactory benadrukt een geïntegreerde set modules: ERP-kern (inkoop/verkoop/voorraad), productie/PPS, finance/FiBu, CRM en e-commerce. Het praktische voordeel van zo’n bundel is dat je minder losse componenten hoeft te orkestreren en dat rollen en processen vaak in één suite beschikbaar zijn. In selectiecontext betekent dit: mogelijk sneller naar een werkbare “end-to-end” basis, mits de standaard bij je proces past. Het onzekerheidsgebied zit vooral in de diepte: hoe goed de standaard jouw uitzonderingen, varianten en planningscomplexiteit ondersteunt.

E-invoicing ondersteuning in de propositie. In de vendor-propositie wordt expliciet verwezen naar e-invoicing standaarden zoals XRechnung en ZUGFeRD. Voor organisaties met Duitse factuurstromen of klanten die deze standaarden vereisen, is dat een concreet selectiepunt. Let op: “ondersteuning” kan verschillende dingen betekenen (format output, validatie, integratie met portals, archivering). In een traject is het verstandig om exact te testen: welke scenario’s zijn out-of-the-box, en welke integraties zijn nodig?

Data sovereignty en controlemechanismen in cloud-context. MyFactory benoemt hosting in Duitsland en GDPR/DSGVO-conformiteit. Daarnaast beschrijft de online documentatie dat je database-backups kunt maken en downloaden, inclusief de documentdatabase/map. Dit is relevant voor data sovereignty, exit-strategie en herstelprocedures. De nuance: data-soevereiniteit gaat niet alleen over locatie, maar ook over toegangsmodellen, encryptie, logging, contractuele afspraken en de praktische mogelijkheid om data in bruikbare vorm te exporteren. Backups kunnen een sterk punt zijn, maar vragen ook om procesdiscipline (frequentie, opslag, testen van restore).

Reporting-setup gericht op SQL-vaardigheden. MyFactory biedt Smart Reports met SQL-databronnen en verwijst naar MS SQL als databasebasis. Voor organisaties met bestaande SQL-kennis of een BI-team dat gewend is aan SQL-gedreven rapportage, kan dit de drempel verlagen om maatwerkrapporten te bouwen en datavragen snel te beantwoorden. De trade-off is dat rapportagekracht dan deels afhankelijk wordt van technische competentie en governance: “even een SQL-rapport erbij” kan waardevol zijn, maar kan ook leiden tot een groeiend, lastig beheersbaar rapportagelandschap zonder definities en datastandaarden.

4. Waarin Odoo sterker is

Breedte en flexibiliteit van de platform-benadering. Odoo is ontworpen als modulair platform. Daardoor kun je functionaliteit per domein toevoegen en processen iteratief verbeteren: eerst de kern stabiliseren, daarna uitbreiden naar bijvoorbeeld service, projecten of e-commerce. Dit is vaak een voordeel wanneer je organisatie nog in beweging is of wanneer je het systeem als enabler voor procesharmonisatie wil gebruiken. De keerzijde: flexibiliteit vraagt om keuzes. Zonder duidelijke procesprincipes en scopebewaking kan configuratie variëren per afdeling, wat de uniformiteit ondermijnt.

Ecosysteem en uitbreidbaarheid als afwegingspunt. Odoo wordt in de markt veel toegepast met uitbreidingen via apps en implementatiepartners. Het conceptuele voordeel is dat je sneller aanvullende functionaliteit kunt vinden voor nichebehoeften (bijv. specifieke integraties, logistieke add-ons, documentverwerking). Het is verstandig om dit niet als garantie te zien: de kwaliteit van apps varieert, en onderhoudbaarheid over versies is een reëel criterium. In selectie is daarom relevant: welke extensies zijn “core” voor je operatie, hoe volwassen zijn ze, en wie is eigenaar van onderhoud?

Proces-standaardisatie en end-to-end ketens. Odoo’s app-landschap werkt doorgaans op een uniform datamodel, wat kansen geeft voor doorlopende ketens: lead → offerte → order → levering → factuur → service. Dit kan handwerk verminderen en dataconsistentie vergroten. De trade-off is dat standaardisatie vaak betekent dat je processen moet aanpassen. De vraag is niet alleen “kan Odoo het”, maar “zijn we bereid zo te werken” en “wat is de impact op rollen en controles”.

Internationale schaalbaarheid. Wanneer multi-company, multi-country of multi-currency scenario’s relevant worden, speelt Odoo’s internationale inzet vaak mee in de afweging. Dit gaat niet alleen over taal, maar ook over inrichting van BTW-regels, lokale rapportages, intercompany-processen en governance over meerdere entiteiten. De onzekerheid zit in lokale diepte: per land moet je valideren welke accounting- en compliance-eisen standaard worden afgedekt en waar aanvullingen of partners nodig zijn.

Innovatietempo als strategisch criterium. Voor sommige organisaties is de vraag hoe snel een platform meebeweegt met nieuwe eisen (bijv. e-commerce features, workflow-automatisering, integraties, data/AI). Odoo wordt vaak gekozen vanwege een snelle doorontwikkeling en een brede roadmap. In een selectie is het verstandig om dit concreet te maken: hoe vaak komen releases, hoe voorspelbaar zijn breaking changes, hoe wordt backward compatibility gemanaged, en welke upgrade-inspanning past bij je IT-capaciteit?

5. Vergelijking

Klantbasis en positionering. MyFactory past vaak goed bij MKB-organisaties in handel, productie en service met een duidelijke DACH-oriëntatie en behoefte aan een geïntegreerde klassieke suite. Odoo past vaker bij organisaties die een platform-ERP zoeken om meerdere domeinen en veranderingen te ondersteunen, inclusief groei naar meerdere landen of bedrijfsonderdelen. Het beslispunt is doorgaans: wil je een relatief vast pakket dat dicht bij je huidige werkwijze ligt, of kies je een platform waarmee je processen bewust gaat harmoniseren en uitbreiden?

Functionele vergelijking: handel. Voor handel zijn verkoop, inkoop en voorraad de kern. In beide oplossingen draait het om orderverwerking, voorraadbeschikbaarheid, leverbetrouwbaarheid, prijs- en conditiestructuren en basisrapportage. Het verschil zit vaak in omnichannel en e-commerce. MyFactory positioneert e-commerce als geïntegreerde module; dit kan aantrekkelijk zijn als je één suite wil en je e-commerce-behoeften binnen die kaders passen. Odoo biedt e-commerce als onderdeel van hetzelfde platform, wat voordelen kan geven in dataconsistentie (productdata, klantdata, promoties) maar meer ontwerp- en integratiekeuzes vereist, zeker als je al een bestaande webshop of PIM gebruikt.

Functionele vergelijking: productie. In productie gaat het om PPS/MRP, werkorders, planning, materiaalbehoefte, routings en terugmelding. MyFactory benadrukt productie/PPS als geïntegreerd onderdeel. In praktijk is het relevant om te toetsen hoe goed planning en uitzonderingen worden ondersteund: maken-to-order versus make-to-stock, varianten/series, subcontracting, capaciteit en doorlooptijdsturing. Odoo biedt productie als app binnen het platform; dat geeft flexibiliteit in procesontwerp en integratie met sales/voorraad, maar de diepte die je nodig hebt kan afhangen van configuratie, aanvullende modules en de implementatiepartner. Hier is een fit-gap analyse bijna altijd noodzakelijk.

Functionele vergelijking: finance. MyFactory heeft een duidelijke FiBu-oriëntatie in de propositie. Odoo’s accounting-aanpak is anders: vaak meer geïntegreerd in operationele flows met sterke automatisering rondom facturatie en betalingen, maar lokale vereisten en rapportages moeten per land en scenario worden gevalideerd. Het beslispunt is: heb je zware lokale finance-eisen (bijv. specifieke audit- of rapportageformaten) en hoe belangrijk is strikte aansluiting op lokale accountingconventies out-of-the-box?

Functionele vergelijking: CRM/service. Beide systemen bieden CRM-functionaliteit, maar de praktijkwaarde zit in de end-to-end flow en de rol van service. Odoo kan sterk zijn wanneer CRM, verkoop, aftersales en field service één keten moeten vormen met duidelijke opvolging en self-service. MyFactory biedt CRM als module binnen de suite; relevant is hoe diep servicecontracten, SLA’s, werkbonnen en planning worden ondersteund, en hoe dat samenvalt met facturatie. Dit zijn onderwerpen die je in demo’s vaak te positief ziet; daarom is het verstandig om 2–3 echte klantcases door te spelen met je eigen data en uitzonderingen.

IT-architectuur en uitbreidbaarheid. MyFactory werkt met partner-add-ons en is in de bronnen als closed source aangemerkt. Dat kan betekenen dat je voor uitbreidingen meer leunt op vendor/partners en op wat zij ondersteunen. Odoo biedt uitbreiding via modules, met de keuze Community/Enterprise. De governancevraag is bij Odoo expliciet: hoe voorkom je dat maatwerk de upgradebaarheid belemmert? Bij MyFactory is de governancevraag eerder: hoe borg je wendbaarheid als je afhankelijk bent van de vendor-roadmap of partneroplossingen?

Data en rapportage. MyFactory heeft een duidelijke SQL-gedreven rapportagehoek: MS SQL, Smart Reports en (via partner) Smart BI. Dat is concreet en sluit aan op organisaties die gewend zijn aan “reporting op de database”. Odoo’s rapportage- en BI-aanpak hangt sterker af van implementatiekeuzes: welke native rapporten volstaan, welke KPI-definities leg je vast, en haal je data naar een externe BI-omgeving (datalake/warehouse) of werk je vanuit het platform? In selectie is het verstandig om niet alleen te vragen “kunnen we rapport X maken”, maar ook “wie beheert definities, versiebeheer en datakwaliteit”.

Risico’s en aandachtspunten in de praktijk. Voor MyFactory wordt in een overzicht “Sandbox: nee” vermeld. Als dit klopt voor jouw leveringsmodel, kan dat impact hebben op test- en acceptatieprocessen: hoe oefen je upgrades, hoe valideer je wijzigingen, en hoe organiseer je training zonder productie te verstoren? Dit moet je in een selectie expliciet uitvragen.

Voor Odoo is een bekend risico scope-creep: doordat veel mogelijk is, breidt de scope ongemerkt uit (extra apps, extra wensen, extra integraties). Dat verhoogt kosten en doorlooptijd. Het mitigeren daarvan vraagt strakke governance: scope-faseer, standaard waar mogelijk, maatwerk alleen met duidelijke business case, en expliciete acceptatiecriteria per release.

6. AI en Integratie

AI: huidige situatie MyFactory. Op basis van de geraadpleegde bronnen is geen publiek gedocumenteerde AI-functionaliteit gevonden in MyFactory. De nadruk ligt op klassieke BI en reporting via Smart BI/SQL en exports. Dat betekent niet dat AI onmogelijk is, maar het impliceert dat AI-toepassingen waarschijnlijk buiten het kernplatform gerealiseerd worden (bijv. in een externe analytics-omgeving), met integraties en datakwaliteit als randvoorwaarden.

AI: beoordelingskader voor Odoo. Bij Odoo is het zinvol om AI niet als generieke belofte te benaderen, maar per use-case. Praktische toepassingsgebieden die je kunt toetsen in een selectie zijn onder andere:

  • Forecasting: vraag- en voorraadprognoses op basis van historie, seizoenspatronen en promoties. Waarde: minder stockouts en minder overstock. Onzekerheid: de kwaliteit van historische data en de stabiliteit van assortiment/kanalen.
  • Assistentie: ondersteuning bij verkoop- of inkoopprocessen (bijv. suggesties voor opvolgacties, samenvattingen van klantinteracties). Waarde: tijdwinst en consistentie. Onzekerheid: privacy, logging en acceptatie door gebruikers.
  • Anomaly detection: signaleren van afwijkingen in marge, levertijd, factuurverschillen of voorraadmutaties. Waarde: sneller controleresultaat. Onzekerheid: drempelwaarden en uitlegbaarheid (false positives).
  • Documentverwerking: herkennen en boeken van inkoopfacturen, pakbonnen of serviceverslagen. Waarde: minder handmatige invoer. Onzekerheid: variatie in documenten en noodzaak tot validatiestappen.

Belangrijk: toets niet alleen of een demo iets “kan”, maar of het werkt met jouw documenten, uitzonderingen en autorisatie-eisen, én hoe het in beheer blijft bij upgrades.

Datafundament als voorwaarde voor AI. AI is zelden het startpunt; het is een afgeleide van datakwaliteit en procesdiscipline. Master data (artikelen, klanten, BOM’s, routings), consistente transacties (orderstatussen, voorraadmutaties), en goede logging bepalen of forecasting of anomaly detection zinvol is. Als data versnipperd is of als gebruikers workarounds toepassen, zal AI vooral ruis produceren. Dit is relevant in beide systemen: een platformkeuze lost datakwaliteit niet automatisch op.

Integratiestrategie. MyFactory positioneert het idee van een centraal cloud-ERP in plaats van een “interface-salad”. In praktijk blijft integratie vrijwel altijd nodig: webshop, shipping, scanning/WMS, finance tooling, CAD/PLM of specifieke branchetools. Een rationele aanpak is om integraties te classificeren: “must-have voor operatie” versus “nice-to-have”. Daarna toets je per integratie: bestaat er een standaardkoppeling, is er een partneroplossing, of is maatwerk nodig?

Bij Odoo zijn integraties vaak te realiseren via apps/connectors of via API-maatwerk. De trade-off is vergelijkbaar: standaard connectors zijn sneller maar beperken flexibiliteit; maatwerk is flexibeler maar verhoogt onderhoudskosten en upgradecomplexiteit. In selectie is het verstandig om per kritieke integratie expliciet te vragen naar eigenaarschap (wie onderhoudt), teststrategie en versiecompatibiliteit.

Reporting/BI integratie. MyFactory’s SQL-first benadering maakt het denkbaar om externe BI te voeden via database-toegang of exports, mits dat contractueel en technisch toegestaan is. Dit kan aantrekkelijk zijn voor organisaties die al een BI-standaard hebben (bijv. Power BI) en die definities buiten ERP willen beheren.

Bij Odoo hangt de BI-aanpak af van keuzes: gebruik je vooral ingebouwde rapportage, of trek je data naar een datalake/warehouse? Het selectiecriterium is dan: hoe makkelijk krijg je betrouwbare, gedocumenteerde datasets uit het platform, met aandacht voor security, performance en data lineage. In beide scenario’s is het verstandig om KPI’s (marge, OTIF, voorraadrotatie, WIP) eenduidig te definiëren voordat je dashboards bouwt.

10. Kosten en impact van een overstap

Kostencategorieën (TCO-structuur). Een overstap is zelden alleen licentiekosten. Voor een realistische TCO-berekening is het nuttig om kosten op te delen in:

  • Eenmalige kosten: implementatie (consultancy), procesontwerp, configuratie, maatwerk, integraties, data migratie, test/acceptatie, training, tijdelijke dubbele run, projectmanagement.
  • Terugkerende kosten: licenties/subscripties, hosting (indien van toepassing), supportcontracten, doorontwikkeling, beheer (intern/extern), monitoring, security, periodieke training, upgrade-inspanning.

Bij MyFactory liggen terugkerende kosten doorgaans in cloud-subscriptie en support. Bij Odoo variëren terugkerende kosten sterker afhankelijk van Community versus Enterprise, hostingkeuze (Odoo/partner/self-managed) en de mate van maatwerk die onderhoud vraagt.

Migratiecomplexiteit (MyFactory → Odoo). Migratie zit vaak minder in “data overzetten” en meer in “data betekenisvol overzetten”. Typische domeinen zijn artikelen, klanten, leveranciers, prijslijsten, voorraadstanden, open posten, productieorders, stuklijsten/routings, documenten en historie. Belangrijke trade-offs:

  • Historie: migreer je volledige historie of alleen balans/open posten en recente orders? Volledige historie verhoogt complexiteit en kosten.
  • Datakwaliteit: inconsistenties (dubbele artikelen, onduidelijke units, verouderde klanten) komen in migratie altijd boven. Opschonen kost tijd maar bepaalt succes.
  • Documenten: niet alleen opslag, maar ook koppeling aan transacties en rechtenstructuur.

Voor rapportage geldt een extra aandachtspunt: SQL-rapporten en Smart Reports die direct op de MyFactory-database leunen, moeten in Odoo vaak opnieuw ontworpen worden. Soms kun je definities hergebruiken (KPI’s, filters), maar technisch is het meestal herbouw of herinrichting in een externe BI-laag.

Procesimpact en change management. Een overstap is ook een organisatieverandering. De kernkeuze is vaak: standaardiseren waar mogelijk, of uitzonderingen blijven ondersteunen met maatwerk. Standaardiseren verlaagt langetermijnkosten en vergroot upgradebaarheid, maar vraagt acceptatie en training. Maatwerk kan de adoptie versnellen omdat het “lijkt op het oude”, maar verhoogt beheerlast en kan tot lock-in leiden.

Reken daarnaast op een tijdelijke productiviteitsdip rond go-live. Die dip wordt kleiner als je rollen, werkinstructies en training tijdig organiseert, en als key users betrokken zijn bij testscenario’s. De mate van dip hangt samen met hoeveel processen veranderen en hoe strak de acceptatie is uitgevoerd.

IT-impact. IT moet een test- en acceptatieaanpak borgen. Als sandbox-mogelijkheden beperkt zijn (zoals mogelijk bij MyFactory), moet je expliciet afspreken hoe je changes valideert en oefent. Bij Odoo is de uitdaging vaak releasebeheer en het beheersen van maatwerk: je wil upgrades kunnen uitvoeren zonder langdurige regressietests of onverwachte breuken.

Security en toegang zijn in beide gevallen een beslispunt: autorisaties (segregation of duties), logging, exportrechten, en de manier waarop integraties authenticeren. Dit raakt direct aan compliance en auditbaarheid.

Business case en scenario’s. Een bruikbare business case werkt meestal met scenario’s in plaats van één getal. Twee gangbare scenario’s zijn:

  • Minimaal: core ERP (order, inkoop, voorraad, finance) met beperkte integraties. Doel: stabiliteit, lagere beheerkosten, beter inzicht in KPI’s.
  • Breed: core ERP plus CRM, e-commerce, service en productie in één platform, met meer integraties en procesverandering. Doel: end-to-end flow, minder handwerk, betere schaalbaarheid.

De verwachte ROI komt vaak uit een combinatie van lagere operationele frictie (minder handmatige correcties), lagere IT-complexiteit (minder ad-hoc koppelingen), betere voorraad- en planningsbeslissingen en sneller kunnen wijzigen. Het is verstandig om ROI niet te baseren op “optimistische best case”, maar op meetbare KPI’s zoals orderdoorlooptijd, OTIF, voorraadrotatie, foutpercentages en afsluitduur finance.

11. Conclusie en vervolgstappen

Samenvattend besliskader. MyFactory blijft vaak logisch wanneer DACH-fit en lokale verwachtingen dominant zijn, wanneer je een geïntegreerde klassieke suite zoekt, en wanneer SQL-gedreven reporting aansluit bij je competenties en governance. Odoo is vaak logisch wanneer platformflexibiliteit en modulair uitbreiden belangrijk zijn, wanneer je meerdere domeinen end-to-end wilt verbinden, en wanneer schaal/internationalisatie een rol speelt. In beide gevallen hangt de uitkomst sterk af van implementatiekwaliteit en proceskeuzes.

Shortlist-criteria (gewogen). Om keuze-discussies te structureren, helpt een gewogen scoremodel met criteria zoals: strategische fit (3–5 jaar), procesfit per domein (handel, productie, finance, service), integratiekritikaliteit, data/BI-voorziening, compliance (incl. e-invoicing en audit), data sovereignty/hosting, TCO (eenmalig + terugkerend) en implementatiecapaciteit (beschikbaarheid key users, change-leadership).

Proof-of-concept aanpak. Een POC werkt het best met 2–3 end-to-end scenario’s die representatief zijn voor jouw bedrijf. Bijvoorbeeld: order-to-cash (van order tot betaling), plan-to-produce (van vraag naar planning, werkorder en terugmelding) en procure-to-pay (van inkoopaanvraag tot factuurverwerking). Definieer meetpunten zoals doorlooptijd, aantal handmatige stappen, uitzonderingen, en rapportage-uitkomsten.

Fit-gap en roadmap. Leg gaps vast en categoriseer ze expliciet: kan het met configuratie, is er een app/add-on, is maatwerk nodig, of vraagt het een proceswijziging? Koppel daar besluitregels aan, bijvoorbeeld: “maatwerk alleen bij differentiërend proces”, of “alles wat finance raakt moet upgradebaar blijven”. Op basis hiervan maak je een roadmap met fasering, zodat je niet alles in één go-live hoeft te stoppen.

Besluitmomenten met governance. Organiseer formele besluitmomenten: sponsor/owners, scope freeze per fase, acceptatiecriteria, en een go/no-go na POC. Dit verlaagt het risico op scope-creep, zorgt voor gedragen proceskeuzes en maakt kosten voorspelbaarder. Governance is geen overhead; het is de voorwaarde om ERP als stabiele basis te laten werken.

12. Hoe pantalytics kan helpen bij een overstap

Proces- en fit-gap analyse. Pantalytics kan ondersteunen met workshops per keten (order-to-cash, plan-to-produce, procure-to-pay) om MyFactory-processen en knelpunten te vertalen naar doelprocessen in Odoo of een alternatief. Het doel is niet “alles in kaart”, maar een prioritering van wat echt bepalend is voor operatie, compliance en klantbelofte.

Data en migratievoorbereiding. Een overstap slaagt vaak of faalt op data. Ondersteuning kan bestaan uit het identificeren van kritieke datadomeinen, het blootleggen van kwaliteitsissues, het ontwerpen van migratieregels en een plan voor dataconsolidatie. Ook kan een inventarisatie van bestaande Smart Reports/SQL-rapporten worden gedaan, inclusief een strategie: herbouw in het nieuwe ERP, verplaatsing naar externe BI, of rationalisatie (stoppen met rapporten die niemand gebruikt).

Architectuur en integratieontwerp. Pantalytics kan helpen het integratielandschap te ontwerpen: welke systemen blijven, welke verdwijnen, welke API-/connector-keuzes passen bij je IT-standaard, en hoe borg je security en toegangsmodellen. Daarbij hoort ook een teststrategie die past bij je leveringsmodel (met aandacht voor acceptatieomgevingen, regressietests en releasebeheer).

Implementatie-aanpak en governance. Ondersteuning kan bestaan uit fasering en scopebewaking, een risico-register, acceptatieplan, en het inrichten van change & training. Dit is vooral relevant wanneer je organisatie weinig ervaring heeft met grote procesveranderingen of wanneer meerdere afdelingen tegelijk geraakt worden.

Vendor-/partnerselectie ondersteuning. Tot slot kan ondersteuning worden geboden bij selectie: requirements en RFP, demo-scripts gebaseerd op jouw scenario’s, een scoringmodel met gewichten, en aandachtspunten voor contracten en SLA’s (beschikbaarheid, datalocatie, exit, supportrespons, upgradebeleid). Dit helpt om de keuze feitelijk te onderbouwen en verrassingen na contracttekening te beperken.

ಾಪ