Veel maakbedrijven werken al jaren met een sectorspecifiek ERP dat goed aansluit op de dagelijkse realiteit: offertes met calculatie, project- of ordergestuurde productie, werkvoorbereiding, uitbesteding, urenregistratie en nacalculatie. Tegelijk groeit de druk om breder te digitaliseren: meer integraties, betere stuurinformatie, strengere eisen rond data en security, en soms uitbreiding naar service, portals of (B2B) e-commerce. In dat spanningsveld ontstaat de vraag: optimaliseren we de huidige ERP-kern (zoals Komdex), of migreren we naar een platform-ERP zoals Odoo?
Deze blog is bedoeld als beslisondersteuning. Niet om “het beste systeem” aan te wijzen, maar om de relevante verschillen expliciet te maken: functioneel (procesfit), strategisch (scope en wendbaarheid) en IT-technisch (integraties, data, governance). Daarbij is de vergelijking gebaseerd op publiek beschikbare informatie over Komdex; waar details ontbreken, worden die als te valideren punten benoemd.
De doelgroep is breed, omdat ERP-keuzes zelden alleen een IT-vraag zijn. Directie kijkt naar strategische risico’s, total cost of ownership (TCO) en afhankelijkheden. Operations kijkt naar procesfit en impact op de werkvloer. IT kijkt naar architectuur, integraties, datatoegang, releasebeleid en compliance.
Een heroverweging is vooral logisch wanneer één of meer van de volgende situaties spelen: groei (meer gebruikers, vestigingen, bedrijven), uitbreiding naar nieuwe processen (service, portals, e-commerce), toenemende integratiebehoefte met andere systemen, of datavraagstukken (sturing, BI, AI-toepassingen, databeveiliging en data sovereignty). Als de huidige oplossing stabiel is, goed wordt gebruikt en de strategische scope beperkt blijft tot de bestaande kernprocessen, kan “niet overstappen” rationeel zijn.
Leeswijzer: eerst volgt een schets van het type ERP en uitgangspunten van Komdex versus Odoo. Daarna worden de sterke punten per oplossing besproken en volgt een vergelijking op kernonderdelen. Vervolgens gaan we dieper in op AI, data en integraties, inclusief data sovereignty en EU-hosting. Daarna komt een uitwerking van kosten, impact en risico’s van een overstap. Tot slot: een besliskader met validatievragen, een aanpak voor een objectieve vergelijking en een korte toelichting op hoe implementatie- en adviesondersteuning eruit kan zien.
Komdex positioneert zich publiek als ERP voor de maakindustrie, met een focus op project- en ordergestuurde productie. De functionele beschrijvingen leggen nadruk op calculatie, werkvoorbereiding, inkoop/uitbesteding, shopfloor-registratie en (na)calculatie, plus documentbeheer rondom orders en projecten. Dat wijst op een ontwerp dat primair is geoptimaliseerd voor de maakbedrijf-realiteit: engineering, werkplaats en projectadministratie in één lijn.
Odoo is in de kern een modulair platform-ERP. Het is niet uitsluitend voor productie, maar biedt manufacturing- en projectmodules binnen een bredere suite. Dat betekent dat Odoo vaak wordt gekozen wanneer de organisatie meer processen in één platform wil onderbrengen: CRM en sales, website/e-commerce, service, HR, abonnementen, portals en meer. De manufacturing-diepte kan voldoende zijn, maar is doorgaans sterker afhankelijk van configuratie, gekozen modules en eventuele add-ons/partners.
Het operationele uitgangspunt verschilt daardoor. Komdex lijkt een vaste proceslijn te ondersteunen: calculatie → order → werkvoorbereiding → shopfloor → (na)calculatie → facturatie. In zo’n model ligt de nadruk op controle en registratie rond de order of het project, inclusief uren en uitbesteding, met output in operationele documenten (werkbonnen, pakbonnen, etc.). Odoo ondersteunt end-to-end processen, maar met meerdere mogelijke procesflows. Dat is krachtig bij variatie (bijvoorbeeld combinatie van projectwerk, voorraadgestuurde productie en service), maar vraagt ook expliciete keuzes: welke flow is “de standaard” en welke uitzonderingen accepteer je?
Ook het implementatie- en uitbreidingsmodel is verschillend. Bij Komdex worden uitbreidingen publiek genoemd via eigen modules (zoals ERP Next) en via “Maatwerk & API”. Een breed extern ecosysteem (marketplace/partners met verticale add-ons) is publiek minder zichtbaar. Bij Odoo is het concept juist: standaard apps, uitbreidingen via partners en add-ons, en maatwerk binnen een framework. Dat betekent dat Odoo in principe meer keuze biedt, maar ook meer governance vereist om te voorkomen dat de oplossing versnipperd raakt (te veel verschillende add-ons met uiteenlopende kwaliteit).
Geografische fit: Komdex laat publiek een duidelijke Nederland-focus zien, onder andere via Nederlandstalige positionering en “universele boekhoudkoppelingen” met bekende Nederlandse pakketten. Odoo is van oorsprong internationaler en ondersteunt multi-company/multi-country scenario’s. Lokale compliance en boekhoudspecificaties zijn vaak afhankelijk van localisaties en partners. Voor een organisatie met internationale ambities of meerdere administraties kan dat een argument zijn, maar het is geen automatische garantie: implementatie-inrichting en lokale wetgeving moeten expliciet worden afgedekt.
Ten slotte is er een IT-uitgangspunt dat bij Komdex expliciet te valideren is, omdat het publiek niet is uitgewerkt: hostingopties (EU, on-premise, cloud), releasebeleid, het extensie-framework, sandboxing/isolatie van maatwerk, en de mate van databeschikbaarheid (database-toegang, export, API-documentatie). Dit zijn geen “nice-to-haves”; ze bepalen risico’s rond continuïteit, compliance en exit-strategie.
Op basis van de publiek beschreven functionaliteit is Komdex vooral sterk in maakindustrie-specifieke werkwijzen met een project- of ordergestuurde kern. Denk aan het ondersteunen van calculatie en offertevorming die direct doorloopt naar productie, werkvoorbereiding, inkoop/uitbesteding en nacalculatie. In maakbedrijven waar margebeheersing draait om nauwkeurige registratie van uren, materiaal en uitbesteed werk per order of project, is dit vaak de kern van “ERP-waarde”.
Een tweede onderscheidend element is de koppeling met CAD/PDM en het concept van een “digidossier”. Publiek wordt gesproken over een “Caddossier” en een universele 3D CAD koppeling. In de praktijk kan dit betekenen dat tekeningen, revisies, CNC-bestanden en gerelateerde documentatie vanuit ERP-objecten (order, project, artikel) toegankelijk zijn. Voor engineering-gedreven maakbedrijven is dit niet alleen gemak; het raakt foutpreventie, traceerbaarheid en overdracht tussen kantoor en werkvloer. De trade-off is dat de waarde sterk afhangt van hoe diep de CAD/PDM-integratie is: welke CAD-systemen, welke metadata, welke revisieregels, en hoe wijzigingen worden doorgezet naar werkvoorbereiding.
Komdex benoemt daarnaast shopfloor control en werkvloerregistratie met scanners/apps voor (real-time) tijdregistratie en werkbonnen, inclusief optionele toegang tot tekeningen en CNC-bestanden op de werkvloer. Dit is vaak een cruciaal punt in de maakindustrie: de werkvloer is de plek waar data ontstaat. Als registratie frictieloos is, wordt nacalculatie betrouwbaarder, planning realistischer en afwijkingen eerder zichtbaar. Als registratie omslachtig is, wordt het systeem “administratie achteraf” en verliest het zijn sturingswaarde.
Een vierde sterke kant is de Nederland-specifieke boekhoudintegratie. Publiek wordt een “universele boekhoudkoppeling” genoemd met voorbeelden zoals Exact, Snelstart, Twinfield, AFAS AccountView, en Minox. Voor MKB-bedrijven is dit vaak pragmatisch: financiële administratie blijft waar die is, ERP levert de operationele facturatie- en orderdata, en de boekhoudkoppeling zorgt voor continuïteit. De keerzijde is dat dit ook een architectuurkeuze impliceert: je blijft met meerdere systemen werken, met integratie-afhankelijkheden en mogelijk dubbel beheer van stamdata (bijv. debiteuren/crediteuren, grootboekdimensies).
Tot slot lijkt rapportage in Komdex sterk te leunen op operationele documenten en een rapportgenerator. Publiek worden standaarddocumenten genoemd (offertes, werkbonnen, pakbonnen, inkoopbonnen, urenrapportages, facturen) en een generator om eigen overzichten te maken. Dit past bij veel maakbedrijven: de “rapportage” zit vaak in het proces (werkbon, voortgang, urenstaat) en minder in grote BI-omgevingen. Voor strategische stuurinformatie (KPI’s over doorlooptijd, OEE, leverbetrouwbaarheid, margeontwikkeling) is het wel relevant om te toetsen hoe dashboards werken, welke data historisch beschikbaar is en hoe export/BI wordt ondersteund.
Waar Komdex vooral diepte lijkt te bieden in maakindustrieprocessen, is Odoo doorgaans sterker in functionele breedte buiten productie. Voor organisaties die naast maakprocessen ook sterk leunen op commerciële funnels, klantportals, serviceprocessen of digitale kanalen, kan het voordeel zijn dat Odoo deze onderdelen als onderdeel van één suite aanbiedt. Voorbeelden zijn CRM en sales, website en (B2B) e-commerce, marketingprocessen, HR-functionaliteit, service/field service, abonnementen, en klantportals. Of deze modules “goed genoeg” zijn hangt af van scope en implementatie, maar het uitgangspunt is: minder losse applicaties en minder handmatige overdracht.
Een tweede punt is het ecosysteem. Odoo kent een breder partnerlandschap en doorgaans meer beschikbare integraties en add-ons. Dit vergroot de kans dat er al oplossingen bestaan voor specifieke behoeften (bijv. transportlabels, EDI, betaalproviders, specifieke rapportages). De trade-off is governance: meer keuze betekent ook meer variatie in kwaliteit, onderhoudbaarheid en compatibiliteit met toekomstige upgrades. Een organisatie moet daarom spelregels hebben voor add-on selectie, codebeheer en releaseplanning.
Odoo’s kracht als platform-ERP zit ook in een uniform datamodel over afdelingen. Als CRM, orderbeheer, productie, inkoop, voorraad, facturatie en service in één platform worden ingericht, ontstaat een consistenter databestand. Dat kan integratiecomplexiteit verlagen, vooral wanneer de organisatie nu veel “koppellandschap” heeft. Tegelijk is dit een ontwerpbeslissing: je verplaatst meer processen naar één systeem, wat de impact van implementatie en change management groter kan maken.
Daarnaast is Odoo vaak sterk in self-service automatisering en workflow-orkestratie: goedkeuringsflows, rolgebaseerde processen, automatische taken en notificaties, en configuratiegedreven procesvarianten. Dat kan helpen om administratieve lasten te reduceren, mits de organisatie bereid is processen te standaardiseren. Als veel uitzonderingen de norm zijn, ontstaat het risico dat men terugvalt op maatwerk, met alle onderhouds- en upgrade-implicaties van dien.
Tot slot kan internationale inzetbaarheid een argument zijn. Odoo ondersteunt multi-company scenario’s en is ontworpen voor multi-country deployments, waarbij lokale wet- en regelgeving vaak wordt afgedekt via localisaties en partners. Voor een bedrijf dat wil opschalen naar meerdere landen of vestigingen kan dit helpen, maar ook hier geldt: het succes hangt af van implementatiekwaliteit, gekozen localisaties en discipline in masterdata- en procesbeheer.
Qua klantbasis en positionering lijkt Komdex primair gericht op Nederlandse MKB-maakbedrijven, met nadruk op engineering/constructie en metaal (plaatwerk, verspaning, machinebouw) en projectmatig werk, inclusief interieurbouw. Odoo richt zich breder op B2B en B2C, en is doorgaans passend bij organisaties die meerdere procesdomeinen willen harmoniseren (productie plus commercie plus service, of productie plus e-commerce, etc.). Dat betekent dat de “beste keuze” sterk afhangt van strategische scope: wil je vooral een sterke maak-kern, of wil je een breed bedrijfsplatform?
Functioneel gezien overlappen de kernprocessen op hoofdlijnen: offerte, orderbeheer, productie, inkoop/uitbesteding, uren, nacalculatie en facturatie. Het verschil zit in de diepte en de standaardprocessen. Bij Komdex lijkt calculatie en nacalculatie onderdeel van het DNA. In Odoo is het bereik breed, maar details rond project-/ordergestuurde nacalculatie, uitbestedingsflows en shopfloor-registratie hangen af van gekozen modules en inrichting. In de praktijk moet je per processtap toetsen: welke registratiemomenten zijn standaard, welke data wordt automatisch hergebruikt, hoe worden afwijkingen verwerkt, en hoe sluit dit aan op de dagelijkse discipline van werkvoorbereiding en productie?
Voor werkvloer en engineering lijkt Komdex een duidelijk voordeel te hebben door de genoemde CAD/PDM-koppeling en het digidossier-concept, plus shopfloor tooling met scanners/apps en werkbonnen. In Odoo is manufacturing aanwezig, en er zijn PLM-achtige mogelijkheden afhankelijk van versie en implementatie, maar CAD/PDM-integratie loopt vaak via partners of maatwerk. Dat maakt Odoo flexibeler (je kunt kiezen wat past), maar ook onzeker: integraties moeten worden gevalideerd op revisiebeheer, performance, rechtenstructuur en impact op upgrades.
Integraties en ecosysteem vormen een duidelijke trade-off. Komdex noemt boekhoudkoppelingen als standaard-as, en overige integraties via maatwerk/API. De mate van herbruikbare connectoren en het bredere ecosysteem is publiek minder zichtbaar. Odoo biedt doorgaans meer keuze via partners/apps, maar dat vereist streng beheer: versiecompatibiliteit, security reviews, en afspraken over eigenaarschap van maatwerk. Een praktische vraag is: wil je een stabiele kern met beperkte integraties, of een platform dat veel kan koppelen maar meer governance vraagt?
Op data & reporting laat Komdex publiek een operationele benadering zien: standaarddocumenten, rapportgenerator, en modules voor dashboards en een Excel data koppeling (details publiek niet uitgewerkt). Odoo heeft platformrapportages en dashboards, maar het daadwerkelijke BI-niveau is afhankelijk van implementatie, datamodellering en eventueel externe tooling (bijv. datawarehouse/BI). Voor besluitvorming is het belangrijk om niet alleen te kijken naar “kan ik een rapport maken?”, maar naar datakwaliteit, historische diepte, drill-down, en de mogelijkheid om data gecontroleerd te exporteren zonder handwerk.
IT-governance en transparantie is een risicodimensie. Bij Komdex zijn technische details rond hosting, releases en extensie-mechanismen publiek niet gespecificeerd; dat kan betekenen dat je dit via contracten en due diligence moet borgen om afhankelijkheidsrisico te beperken. Odoo is een bekender framework met meer standaardisatie, maar het resultaat is sterk partner-afhankelijk. Een goede Odoo-implementatie is vaak een combinatie van productkennis, proceskennis en discipline in maatwerkbeperking. Een slechte implementatie kan leiden tot hoge onderhoudslast en moeizame upgrades.
AI-volwassenheid start met een realistische nulmeting. Voor Komdex zijn er publiek geen vermeldingen van AI-functionaliteit; het is daarom verstandig om voorlopig aan te nemen dat AI in de standaardoplossing minimaal aanwezig is, tenzij de leverancier anders kan aantonen. Odoo positioneert zich als platform dat automatisering en integraties faciliteert; AI-toepassingen komen in de praktijk vaak via (1) platformfeatures voor automatisering, (2) integraties met AI-diensten, of (3) eigen analytics/ML in een dataomgeving buiten het ERP. De kernvraag is niet “heeft het systeem AI”, maar “kunnen we AI veilig en beheersbaar inzetten op onze data en processen?”
Het datafundament is daarbij doorslaggevend. Voor AI en advanced analytics heb je eenduidige definities nodig (wat is een ‘order’, ‘bewerkingsstap’, ‘afwijking’), consistente logging (wanneer start/stop, wie boekt, welke machine/werkplek), en betrouwbare toegang tot data via export of API. Bij Komdex zijn API- en exportdetails te valideren; de aanwezigheid van dashboards en een Excel data koppeling kan een startpunt zijn, maar zegt nog niets over automatisering, datavolledigheid en schaalbaarheid. Bij Odoo is data in principe centraal beschikbaar binnen het platform, maar ook daar moet je kijken naar rechten, audit trails, en de mogelijkheid om data periodiek te extraheren naar een datawarehouse zonder performance- of securityproblemen.
Integratiestrategie verschilt wezenlijk. Komdex lijkt boekhouding als vaste integratie-as te hanteren, met andere koppelingen via maatwerk/API. Dat kan goed werken als de scope beperkt is en de keten stabiel is. Odoo wordt vaker gebruikt als integratiehub: meer processen “erin”, en daarnaast koppelingen naar specifieke specialisten (CAD/PDM, WMS, TMS, EDI, BI). Dat reduceert soms het aantal koppelingen, maar vergroot de impact van het ERP op de totale operatie. Een integratiearchitectuur vraagt dan om duidelijke keuzes: point-to-point versus iPaaS, event-driven versus batch, en afspraken over datadomeinen (masterdata ownership).
Relevante AI-use-cases in de maakindustrie zijn concreet te maken, zodat je niet in abstracties blijft hangen. Enkele voorbeelden die vaak rendement opleveren, mits de data op orde is: doorlooptijdvoorspelling op basis van historisch werk, afwijkingsdetectie in nacalculatie (bijv. structurele overschrijding per bewerking of productfamilie), inkoopadvies (leverbetrouwbaarheid en prijsontwikkeling), document- en tekening-zoekbaarheid (semantisch zoeken in dossiers en revisies), en planningsondersteuning (prioritering en capaciteitsconflicten signaleren). De onzekerheid zit meestal niet in het algoritme, maar in datakwaliteit, procesdiscipline en acceptatie op de werkvloer.
Security, data sovereignty en compliance moeten expliciet worden vastgelegd. Voor Komdex is publiek niet duidelijk: hostinglocatie (EU of niet), mogelijkheden voor on-prem/self-hosting, afspraken over DPA/SLA, en de mate van database-toegang of export (en dus exit-mogelijkheden). Dit zijn punten om vooraf te valideren, zeker in sectoren met klant- of defensie-eisen. Voor Odoo hangt dit af van het hostingmodel (cloud via leverancier, partner-hosting, of eigen hosting) en contracten. In alle gevallen is het verstandig om concrete eisen te formuleren: waar staat de data fysiek, wie heeft toegang (incl. subverwerkers), hoe werkt encryptie en logging, wat is de responstijd bij incidenten, en hoe kun je data volledig exporteren bij beëindiging?
Een overstap is zelden alleen een licentiebeslissing; het is een verandertraject. Een bruikbare TCO-structuur onderscheidt eenmalige en terugkerende kosten, plus organisatorische impact en verwachte ROI. Eenmalig gaat het meestal om implementatie (inrichting, procesontwerp), integraties, datamigratie, training en change management, en eventueel hardware op de werkvloer (scanners, terminals, labelprinters) of aanpassingen in werkplekinrichting. Terugkerend gaat het om licenties/subscripties, hosting, support, beheer, doorontwikkeling, en kosten voor het onderhouden van integraties.
Migratiecomplexiteit wordt vaak onderschat, zeker in maakbedrijven met rijke orderhistorie en documentdossiers. Masterdata omvat niet alleen artikelen, relaties en prijzen, maar ook stuklijsten, bewerkingsroutes, werkplekken, capaciteiten, leverancierscondities en meeteenheden. Daarnaast zijn er lopende orders/projecten met deels geboekte uren en materiaal, en historie die nodig is voor nacalculatie en audits. Als Komdex intensief wordt gebruikt voor digidossiers, is documentmigratie een apart project: welke dossiers gaan mee, hoe behoud je de koppeling naar orders/projecten, en hoe ga je om met revisies en CAD/PDM-links?
Operationele impact en continuïteit zijn vooral kritisch op de werkvloer. Shopfloor downtime of registratie-uitval heeft direct effect op leveringen en nacalculatie. Veel organisaties kiezen daarom voor een gefaseerde aanpak met parallel run: tijdelijk twee systemen naast elkaar, of een afgesproken overgangsperiode per procesdomein. Dat vraagt om een concreet cutover-plan: moment van overstap, bevriezen van data, validatie van stamdata, training in shifts, en duidelijke fallback-scenario’s. Adoptie is hierbij een bepalende factor: werkbonnen, scannerprocessen en registratiegedrag moeten aansluiten op de realiteit van de vloer.
Integratie-herbouw en ketenimpact moeten vroeg in kaart worden gebracht. Bij Komdex lijken boekhoudkoppelingen een vaste component; bij overstap moet je toetsen of je boekhouding in dezelfde vorm blijft bestaan of dat je financieel meer naar het nieuwe platform brengt. Daarnaast spelen vaak CAD/PDM-integraties, scanners/labeling, BI/Excel exports en eventueel klant- of leverancierskoppelingen (EDI). Elke integratie heeft afhankelijkheden: datadefinities, foutafhandeling, monitoring en beheer. De kosten zitten niet alleen in bouwen, maar ook in testen en beheer over de levensduur.
Belangrijke risico’s zijn scope creep (steeds meer “nu we toch bezig zijn”), de maatwerkval (te veel uitzonderingen inbouwen), adoptierisico (gebruikers nemen het niet over), en datakwaliteit (vervuilde stamdata wordt gemigreerd en vergroot problemen). Mitigaties zijn vooral governance en fasering: heldere acceptatiecriteria per proces, een MVP-scope, een change board voor wijzigingen, en meetbare performance- en datakwaliteitschecks. Ook helpt het om vooraf te beslissen waar je standaardisatie accepteert en waar je echt onderscheidend proces nodig hebt.
Wanneer “niet overstappen” rationeel is, hangt af van de strategische richting. Als de kernbehoefte vooral draait om shopfloor, dossier/CAD-koppeling en betrouwbare nacalculatie, en er geen sterke behoefte is om processen als e-commerce, HR, marketing automation of service als één suite te integreren, kan optimaliseren binnen de bestaande oplossing het laagste risico en de beste ROI opleveren. In dat scenario loont het om te kijken naar verbeteringen in datakwaliteit, rapportage, en gerichte integraties, zonder de disruptie van een volledige migratie.
De vergelijking komt neer op een besliskader: Komdex oogt als maakindustrie-specialist met nadruk op project-/ordergestuurde processen, werkvloerregistratie, dossierdenken en CAD/PDM-koppelingen. Odoo is een breed platform dat aantrekkelijk kan zijn wanneer de organisatie meer procesdomeinen wil samenbrengen, integraties wil standaardiseren en eventueel internationaal wil opschalen. De keuze is daarmee primair strategisch: ga je voor manufacturing-diepte in een gespecialiseerd pakket, of voor suite-breedte in een platform?
Praktische keuzecriteria die vaak het verschil maken zijn: de vereiste diepgang in manufacturing (shopfloor, uitbesteding, nacalculatie), de behoefte aan suite-functionaliteit buiten productie, de integratiebehoefte en het vermogen om integraties te beheren, internationale ambities, data/AI-ambities (en het datadiscipline-niveau), en de governance-capaciteit om een platform te beheren (release management, add-ons, maatwerkcontrole).
Vóór een definitieve keuze is het verstandig om een set validatievragen voor Komdex te beantwoorden, omdat deze punten publiek niet zijn uitgewerkt: welke hostingopties bestaan er (EU, NL, on-prem), wat is de API-specificatie en documentatie, hoe werkt export (inclusief volledige dataset en documenten), is er database-toegang of een formele data-exit procedure, wat is het releasebeleid en hoe wordt maatwerk ondersteund, welke SLA/DPA-afspraken zijn mogelijk, en wat is de productroadmap (inclusief eventuele AI/analytics-ontwikkelingen)?
Voor een objectieve vergelijking werkt een bewijsgerichte aanpak beter dan feature-lijsten. Organiseer een workshop procesfit met directie/ops/IT, definieer demo-scripts per afdeling (bijv. een order met engineeringwijziging, een uitbestedingsstap, een spoedorder, nacalculatie met afwijking), en laat beide oplossingen die cases doorlopen. Beoordeel daarbij niet alleen “kan het”, maar ook: hoeveel configuratie/maatwerk is nodig, hoe is de gebruikerservaring op de werkvloer, hoe zijn controls en audit trails ingericht, en hoe betrouwbaar is de rapportage op dezelfde dataset.
Een praktische next-step planning is vaak: shortlisting (scope en must-haves), impactscan (processen, data, integraties), pilot/proof-of-concept op één representatieve stroom, business case met scenario’s (behouden/optimaliseren versus gefaseerd migreren), en vervolgens een migratiestrategie met cutover- en adoptieplan. Daarmee maak je de keuze minder theoretisch en beter beheersbaar.
Ondersteuning is vooral waardevol wanneer de organisatie een onafhankelijke vertaalslag nodig heeft van strategie naar requirements en implementatiekeuzes. Een eerste stap is proces- en requirementsinventarisatie: vastleggen van de huidige flows (zoals ze in Komdex worden uitgevoerd) en de gewenste to-be processen. Daarbij helpt het om per rol te prioriteren: wat moet directie kunnen sturen, wat moet operations dagelijks kunnen uitvoeren, en welke eisen heeft IT aan integraties, security en beheerbaarheid.
Daarna kan een fit-gap analyse Komdex versus Odoo worden uitgevoerd met een scoringsmodel per kernproces: calculatie, shopfloor, dossier/CAD, nacalculatie, plus eventuele uitbreiding naar service en commercie. Het doel is niet een “score om de score”, maar het expliciet maken van trade-offs: waar is Komdex standaard sterk, waar vraagt Odoo extra inrichting of add-ons, en waar ontstaat maatwerk- of adoptierisico.
Een derde onderdeel is data- en integratie-architectuur. Dat omvat het definiëren van datadomeinen (wie is bron voor artikelen, klanten, prijzen, capaciteit), een migratieplan (wat neem je mee, wat archiveer je, hoe waarborg je traceerbaarheid), en een integratiestrategie (API, iPaaS, monitoring, foutafhandeling). Ook rapportage en BI-inrichting horen daarbij: welke KPI’s zijn nodig, waar komt de waarheid vandaan, en hoe borg je datakwaliteit.
Implementatiegovernance en fasering bepalen vaak het verschil tussen beheersbaar en ontspoord. Een roadmap met MVP en uitbreidingen, duidelijk change management, acceptatiecriteria per proces, en een plan voor cutover of parallel run zijn essentieel. Zeker in maakbedrijven is het verstandig om werkvloerprocessen expliciet te testen met echte gebruikers en realistische werkdruk.
Tot slot helpt een kostenraming en business case om de keuze te objectiveren: TCO-vergelijking met eenmalige en terugkerende kosten, risico-opslagen voor onzekerheden (integraties, maatwerk, datakwaliteit), en scenario’s zoals “behouden en optimaliseren” versus “gefaseerd migreren”. Daarnaast is leveranciers- en contractondersteuning belangrijk voor data sovereignty en beheersbaarheid: SLA/DPA-eisen, hostingvoorwaarden, exit-strategie, en afspraken over eigenaarschap van data en code (maatwerk).