HERO vs Odoo: welk ERP past bij groeiende bouw- en installatiebedrijven?

ERP Vergelijker
December 21, 2025

1. Introductie en context

Veel vakbedrijven in de bouw- en installatiesector groeien vanuit een overzichtelijke operatie (enkele monteurs, beperkt aantal gelijktijdige projecten) naar een organisatie met meer teams, meer projecten, meerdere bussen en soms meerdere locaties. In die groeifase verschuiven de knelpunten: planning wordt complexer, materiaalstromen nemen toe, projectmarges worden lastiger te bewaken en management wil sneller kunnen sturen op bezetting, cash en performance.

Dan ontstaat vaak een beslissituatie: optimaliseren we binnen het bestaande systeem dat vooral is ingericht op werkorders en buitendienst, of stappen we over naar een breder suite-ERP dat meer backoffice en governance kan afdekken? In deze blog vergelijken we een bestaand, sectorspecifiek systeem (HERO) met Odoo, zodat je de keuze kunt onderbouwen op procesfit, data, risico’s en totale kosten.

Het doel van de vergelijking is niet om een “beste” oplossing aan te wijzen, maar om helder te maken in welke situaties doorontwikkelen binnen HERO logisch is en wanneer een suite-ERP zoals Odoo strategisch beter past. Daarbij nemen we als uitgangspunt de typische bouw- en installatieflow: offerte → planning → uitvoering (werkbon) → (deel)facturatie/betaling. Daarnaast kijken we naar uitbreidingen richting backoffice: finance, inkoop, voorraad, multi-locatie governance, rapportage en integraties.

De doelgroep is breed, omdat een ERP-keuze verschillende belangen raakt. Directie en eigenaarschap kijken naar strategie, risico, TCO en schaalbaarheid. Operations wil grip op planning, uitvoering en faalkosten. IT (of de externe IT-partner) kijkt naar integraties, datakwaliteit, security en beheer. De juiste keuze is meestal een compromis: maximale operationele fit vandaag versus maximale platformruimte voor morgen.

2. Type ERP en uitgangspunt van bestaand ERP systeem versus Odoo

HERO is in de markt gepositioneerd als vaksoftware voor bouw- en installatiebedrijven, met een sterke focus op werkorder- en projectprocessen en het aansturen van de buitendienst. Dat zie je terug in de kernfunctionaliteit: een doorlopende flow van offerte tot planning, uitvoering en facturatie, inclusief mobiele ondersteuning voor monteurs en projectdocumentatie.

Odoo is een modulair suite-ERP. In plaats van één domein (field service/workorders) als uitgangspunt, is het ontworpen als een platform met meerdere bedrijfsdomeinen die op één datamodel draaien: CRM/sales, inkoop, voorraad, finance, HR, project, service, enzovoort. De belofte is vooral dat je processen end-to-end kunt verbinden zonder veel losse systemen, maar de keerzijde is dat je meer ontwerpkeuzes moet maken: welke modules, welke procesvariant en welke integraties horen bij jouw bedrijf?

Het typische klantprofiel verschilt. HERO richt zich zichtbaar op zzp’ers en kleine tot middelgrote vakbedrijven, maar kan ook gebruikt worden door grotere organisaties met meerdere locaties. De focus op Nederland en sectorpartners (zoals 2BA en Solar Monkey) wijst op een ecosysteem dat is afgestemd op lokale praktijk en branchedata. Odoo heeft een bredere doelgroep (SMB tot midmarket) en is multi-sector, met mogelijkheden voor multi-company en complexere governance. Dat maakt Odoo interessant zodra je processen en data over meerdere bedrijfsonderdelen wilt harmoniseren.

Ook het implementatiepatroon verschilt. HERO wordt doorgaans sneller ingericht rondom een standaard sectorflow: planning, werkbon, uren, documenten en facturatie. Dat is aantrekkelijk als je “snel werkend” wilt zijn met beperkte IT-belasting. Odoo wordt meestal per module of per fase geïmplementeerd. Je kunt beginnen met bijvoorbeeld CRM en facturatie, en later voorraad en inkoop toevoegen. Die flexibiliteit is een voordeel, maar vraagt een duidelijke scope, ontwerpbeslissingen en procesafspraken—zeker als je meerdere vestigingen of teams hebt met varianten in werkwijze.

Qua IT-uitgangspunten is HERO cloud-first gepositioneerd; self-hosting of on-premise wordt in de beschikbare informatie niet benoemd. Odoo kent meerdere scenario’s afhankelijk van de gekozen variant en partner: cloudhosting of (bij sommige setups) meer eigen beheer. In de praktijk betekent dit dat je bij Odoo expliciet moet kiezen hoe je hosting, updates, monitoring en beveiliging organiseert. Dat kan de controle vergroten, maar verhoogt ook de behoefte aan IT-capaciteit of een implementatiepartner met duidelijke SLA’s.

3. Waarin bestaand ERP systeem sterker is

HERO is sterk waar een vakbedrijf dagelijks op draait: het soepel laten verlopen van werkorders en projecten van offerte tot betaling. Omdat dit het primaire ontwerp is, is de kans groot dat veel van de standaardfunctionaliteit direct aansluit op de praktijk van installateurs en aannemers: korte doorlooptijden, ad-hoc wijzigingen, veel communicatie met klanten en een operationele focus op “werk gedaan krijgen” met minimale administratie.

Een belangrijk voordeel is de end-to-end werkorderflow in één domein. Offertes, planning, uitvoering en (deel)facturatie/betaling vormen één doorlopende keten. Voor veel bedrijven is dit de kernwaarde: minder overdrachtsfouten tussen tools, minder handwerk en sneller factureren. Zeker wanneer het team vooral bestaat uit monteurs en een compacte backoffice, is een sectorspecifiek systeem vaak efficiënt omdat het de juiste schermen, velden en stappen al dicht bij de standaard heeft.

Planning en dispatch zijn in HERO een prominent onderdeel: een digitaal planbord voor het inplannen van mensen en middelen. Voor operationele sturing (dag/week) is dat essentieel: je wilt snel kunnen schuiven, de juiste monteur naar de juiste klus sturen en inzicht hebben in capaciteit. In veel vakbedrijven is planning niet alleen een administratieve functie, maar een real-time operatie die continu bijgestuurd wordt.

Mobiel werken is een tweede kerngebied. HERO biedt een app voor urenregistratie, opnames/meting, foto’s, projectdocumentatie en digitale handtekening. Dit raakt direct de kwaliteit van brondata: als monteurs uren, materialen en bewijsvoering ter plekke vastleggen, wordt nacalculatie betrouwbaarder en kan facturatie sneller en correcter. Daarnaast heeft mobiel documenteren een compliance- en bewijsfunctie (bijvoorbeeld bij opleveringen of discussies over meerwerk).

Projectdocumentatie en archivering binnen projecten kan operationeel veel waarde hebben. Een centraal projectdossier voorkomt dat informatie versnipperd raakt over e-mail, WhatsApp, losse mappen of persoonlijke telefoons. Voor groeiende organisaties is dat niet alleen een kwestie van efficiëntie, maar ook van risicobeheersing: continuïteit bij ziekte/vertrek, betere overdracht tussen kantoor en buitendienst, en consistente vastlegging van afspraken.

Ten slotte is het sector-ecosysteem relevant. HERO noemt integraties en partners zoals 2BA (artikeldatabase), Solar Monkey en Make, en er is een API (GraphQL/Lead API) beschikbaar. Voor vakbedrijven is dit praktisch: branchekoppelingen kunnen veel tijd besparen in artikelbeheer, calculatie en ordervoorbereiding. Tegelijk is er een onzekerheid: het detailniveau van de API (objecten, webhooks, rate limits, foutafhandeling) is op basis van publieke informatie niet volledig te beoordelen. In een besluitvormingstraject is het dus verstandig om integratie-eisen vroeg te toetsen met concrete use-cases.

4. Waarin Odoo sterker is

Odoo is sterk zodra je organisatie breder wil sturen dan alleen field service en werkorders. Het platform kan finance, sales, purchase, voorraad, CRM, HR en andere domeinen in één omgeving combineren. Dat biedt vooral voordelen wanneer je end-to-end KPI’s wilt: van lead en offerte tot inkoop, voorraadverbruik, werkbon, factuur en betaling—zonder dat je data uit meerdere systemen hoeft samen te voegen.

De suite-dekking buiten field service is een belangrijk verschil. Waar HERO de nadruk legt op planning en uitvoering, kan Odoo meer “enterprise backoffice” processtappen meenemen: inkoopstromen, leveranciersbeheer, financieel beheer (grootboek, debiteuren/crediteuren), contracten en mogelijk ook bredere HR-processen. Voor directie en finance is dat vaak doorslaggevend: je wilt grip op marge, cash en verplichtingen op bedrijfsniveau, niet alleen per klus.

Voorraad en magazijnvolwassenheid is in veel groeiende vakbedrijven een kantelpunt. HERO noemt magazijnbeheer als “in ontwikkeling”, wat suggereert dat dit (nog) niet het meest volwassen domein is binnen het product. Odoo heeft doorgaans uitgebreidere voorraadprocessen: locaties/locatietypes, ontvangst en uitgifte, pick/pack/ship, traceability en inventarisbeheer. Dit wordt relevant zodra je met een eigen magazijn werkt, meerdere bussen als voorraadlocatie ziet, of wanneer je faalkosten wilt verlagen door betere beschikbaarheid en minder spoedleveringen.

Multi-company en multi-locatie governance is een ander onderscheid. Als je meerdere vestigingen hebt, of meerdere bv’s met onderlinge doorbelasting, wordt het belangrijk om rechten, processen en rapportage te standaardiseren. Odoo heeft mogelijkheden voor consolidatie, interne transacties en fijnmazige rechtenstructuren. Dat maakt het geschikt voor organisaties die willen groeien via uitbreiding of overnames, of die interne controle willen professionaliseren.

Extensibiliteit en maatwerkpotentieel zijn vaak redenen om voor Odoo te kiezen. De modulariteit maakt het mogelijk om per stap te groeien, maar creëert ook keuzes: wat lossen we op met configuratie, wat met maatwerk en wat met integraties? Die keuzes bepalen sterk de totale kosten en het risico. Een voordeel is dat je één platform als “ruggengraat” kunt gebruiken; een trade-off is dat maatwerk de complexiteit en beheerlast kan verhogen, zeker bij upgrades.

Rapportage en de datalaag kunnen in Odoo een fundament vormen voor uniforme KPI’s: projectmarge, bezettingsgraad, voorraadwaarde, doorlooptijd, DSO, en cash forecast. De nuance is dat dit sterk afhangt van inrichting: als uren, materiaalverbruik, prijsafspraken en projectstructuur niet consistent worden vastgelegd, blijft rapportage beperkt. Odoo biedt de mogelijkheid, maar de organisatie moet data-definities en discipline borgen.

5. Vergelijking

Een praktische manier om HERO en Odoo te vergelijken is per kernproces te kijken wat “standaard past” en wat configuratie of aanvullingen vraagt. Onderstaande scorecard is geen absolute beoordeling, maar een format om tijdens selectie en demo’s gericht te toetsen.

Procesfit scorecard (indicatief)

  • Offerte → opdracht: HERO sluit vaak direct aan op vakbedrijf-logica; Odoo kan dit breed, maar vraagt inrichting van sjablonen, prijsafspraken en opvolgproces.
  • Planning/dispatch: HERO heeft een duidelijk planbord als kern; Odoo kan plannen, maar de exacte fit hangt af van gekozen modules en inrichting (en eventueel aanvullende apps/maatwerk).
  • Mobiel werkbonproces: HERO is hier primair op ontworpen (uren, foto’s, handtekening). Odoo kan mobiel werken ondersteunen, maar de praktische user experience voor monteurs moet je aantonen in een pilot.
  • (Deel)facturatie en voortgang: beide kunnen factureren; de vraag is hoe goed deelbetalingen, termijnen en meerwerk aansluiten op jullie projecttype en contractvorm.
  • Retour/nacalculatie: HERO biedt brondata (uren, documentatie) die nacalculatie ondersteunt; Odoo kan dit sterker koppelen aan finance/inkoop/voorraad, mits processen strak zijn ingericht.

Functioneel zit het verschil vaak in de “zwaarte” van de backoffice. HERO is sterk in field service + planning en het operationele projectdossier. Odoo is sterker in enterprise backoffice: voorraad/WMS, finance, procurement en governance. Voor besluitvorming is het nuttig om te bepalen welk probleem je primair wilt oplossen: sneller en consistenter uitvoeren (HERO-sterkte) of end-to-end sturen op bedrijfsprestatie met één dataruggengraat (Odoo-sterkte).

Integraties en ecosysteem zijn een tweede vergelijkingspunt. HERO noemt partnerintegraties (zoals 2BA, Solar Monkey en Make) en een API. De trade-off is dat de mate van integratievrijheid en beheerbaarheid (versiebeheer, logging, webhooks, bulk-operaties) niet publiek duidelijk is; dat moet je testen. Odoo kent doorgaans meerdere integratiepaden: via API’s, bestaande connectors of maatwerk. Dat biedt flexibiliteit, maar maakt architectuurkeuzes belangrijk: welke systemen blijven ernaast bestaan, wie is “leading” voor welke data, en hoe voorkom je dubbelregistratie?

Op data & reporting is de vergelijking asymmetrisch door beschikbare informatie. Over HERO is publiek beperkt bekend over dashboards, exports en BI-koppelingen. Dat betekent niet dat het er niet is, maar wel dat je het moet verifiëren: welke standaardrapporten, welke exportformaten, en kun je betrouwbaar data ontsluiten voor BI? Odoo heeft als voordeel dat meerdere domeinen op één datamodel zitten, waardoor je in theorie consistente KPI’s kunt bouwen. In de praktijk hangt dit af van datakwaliteit en de gekozen rapportage/BI-laag.

Strategisch komt de keuze vaak neer op “best-of-breed vaktool” versus “single-suite platform”. Best-of-breed kan snel waarde leveren en vraagt minder veranderkracht, maar kan bij groei leiden tot meer koppelingen en versnipperde data. Single-suite kan governance en dataconsistentie verbeteren, maar vraagt meer implementatie-inspanning en strakkere processtandaardisatie. De juiste keuze hangt af van groeitempo, complexiteit, compliance-eisen en de IT-capaciteit die je kunt vrijmaken.

6. AI en Integratie

AI wordt in ERP-selecties steeds vaker genoemd, maar in de praktijk is “automatisering” vaak de eerste stap met de meeste ROI. In HERO wordt “HERO Automation” genoemd als automatisering van taken zoals klantmails, afspraken inplannen, taken aanmaken en leadformulieren integreren. Dat zijn vooral workflow-automatiseringen. Op basis van de beschikbare informatie is er geen expliciete AI/ML-functionaliteit of geavanceerde analytics beschreven.

Als je AI en advanced analytics als ambitie hebt, wordt de vraag: welke beslissingen wil je verbeteren, en welke data is daarvoor nodig? Voor vakbedrijven zijn concrete toepassingen bijvoorbeeld:

  • Voorspellende planning: forecast van benodigde capaciteit op basis van type klus, reistijd, historisch verloop en seizoenspatronen.
  • Capaciteits- en bezettingsforecast: vroeg inzicht in onder- of overbezetting per team/locatie om inhuur of werving tijdig te sturen.
  • Marge- en kostenanalyse: signaleren van afwijkingen in materiaalverbruik, uren versus norm, en meerwerkrealisatie.
  • Lead-to-cash optimalisatie: welke leads en offertes leveren structureel de beste marge en minste faalkosten, en waar vallen orders uit?

Voor al deze use-cases geldt: zonder consistente brondata geen betrouwbare modellen. Dat brengt de discussie terug naar datadefinities en datakwaliteit. Urenregistratie, materiaalverbruik, werkbonstatussen, prijsafspraken en factuurregels moeten eenduidig zijn. Als één vestiging “meerwerk” anders boekt dan een andere, wordt rapportage en AI onbetrouwbaar.

Integratie-architectuur is daarbij een kritische factor. HERO noemt API-koppelingen (GraphQL/Lead API), maar details over webhooks, monitoring of foutafhandeling zijn niet publiek. In een selectieproces wil je daarom minimaal toetsen: kunnen we data near real-time ophalen en terugschrijven, hoe gaan we om met storingen, is er logging/audit, en hoe versie- en wijzigingsgevoelig is de API? Odoo biedt doorgaans ook API’s en integratiemogelijkheden, maar de architectuurkeuze blijft: centraliseer je processen in Odoo, of blijft Odoo één van de systemen in een landschap?

Data sovereignty, security en compliance horen expliciet in de vergelijking thuis, zeker als je met klantdata, projectdocumentatie en mogelijk gevoelige foto’s/opleverstukken werkt. Voor HERO is de hostinglocatie (EU vs niet-EU) en de mate van datacontrole op basis van de bekeken publieke bronnen niet bevestigd. Ook self-hosting/on-premise wordt niet genoemd. Dat betekent dat je gerichte vragen moet stellen: waar staat de data, welke subverwerkers worden gebruikt, hoe werkt export en back-up, wat is het retentiebeleid, en hoe snel kun je data terugkrijgen bij beëindiging?

Bij Odoo is data sovereignty meer een ontwerpkeuze: afhankelijk van hostingmodel en partner kun je meer controle organiseren (bijvoorbeeld EU-hosting, eigen key management, strengere toegangscontrole). De trade-off is dat meer controle meestal meer governance en beheer vraagt. Voor besluitvorming is het verstandig om security niet als “IT-detail” te behandelen, maar als onderdeel van bedrijfscontinuïteit: wat gebeurt er bij een incident, hoe snel herstel je, en wie is verantwoordelijk?

10. Kosten en impact van een overstap

De overstap van een sectorspecifiek systeem naar een suite-ERP (of andersom) is zelden alleen een licentiekwestie. De totale kosten (TCO) bestaan uit eenmalige kosten, terugkerende kosten en organisatorische impact. Een nuchtere business case maakt deze onderdelen expliciet, inclusief onzekerheden.

Kostencomponenten (TCO-structuur)

  • Licenties/subscripties: gebruikers, modules en eventuele add-ons. Let op rolverschillen (monteur vs backoffice) en seizoenspieken.
  • Implementatie: procesontwerp, configuratie, test, begeleiding. In Odoo kan dit oplopen door het grotere ontwerp- en integratievlak; bij HERO kan dit lager zijn als je dicht bij de standaard blijft.
  • Integraties: bouwen of herinrichten van koppelingen (boekhouding, 2BA, Solar Monkey, e-mail, documentopslag, BI). Integraties zijn vaak een onderschatte kostenpost.
  • Datamigratie: klanten, projecten, artikelen, prijslijsten, open posten, uren, documenten. Migratie is niet alleen technisch; het is ook datacleaning en mapping.
  • Training en change: monteuradoptie (mobiel), planners, werkvoorbereiding, finance. Verlies aan productiviteit in de overgangsfase is reëel en moet je meenemen.
  • Beheer: functioneel beheer, IT/partnerbeheer, support, updates, security. Bij een suite-ERP verschuift vaak meer beheer naar de organisatie of partner.

De organisatorische impact zit vooral in het feit dat een suite-ERP niet alleen een tool vervangt, maar vaak ook procesafspraken afdwingt. Als je bijvoorbeeld voorraad en inkoop strakker gaat registreren, verandert het werk van magazijn, werkvoorbereiding en monteurs. Dat kan later veel opleveren (minder spoed, betere marge), maar in de eerste maanden vraagt het discipline en begeleiding.

Op operatie is de overgang het meest voelbaar in planning en werkbon in het veld. Monteurs zijn vaak kritisch op frictie: extra kliks, slechte offline werking of onduidelijke schermen leiden snel tot schaduwprocessen. Een realistisch scenario is tijdelijke dubbelregistratie of parallel draaien tijdens cut-over, met duidelijke afspraken: welke bron is leidend, wanneer wordt er gestopt met het oude systeem, en wat is de fallback bij verstoringen?

Datamigratie is een klassiek risico. Het gaat niet alleen om “data overzetten”, maar om de vraag welke historische data je echt nodig hebt. Projectdossiers met bijlagen (foto’s, tekeningen, opleverdocumenten) kunnen omvangrijk zijn. Beslissingen die je vooraf moet nemen: migreren we alles of alleen lopende projecten, wat doen we met archief, welke metadata is nodig om documenten terug te vinden, en hoe borgen we AVG (retentie en inzagerechten)?

Integratieherbouw en het vendor-ecosysteem moet je expliciet herbeoordelen. Koppelingen die nu “gewoon werken” (bijvoorbeeld met 2BA of Solar Monkey of via Make) moeten opnieuw ontworpen of getest worden. Soms is er in Odoo een andere standaardroute; soms blijft een specialistische tool nodig. Dit is een belangrijk trade-off punt: een suite-ERP kan koppelingen reduceren, maar alleen als je de betreffende processen ook echt in die suite onderbrengt.

Risico’s bij een overstap zijn doorgaans voorspelbaar: scope creep (steeds meer wensen), maatwerkdruk (processen 1-op-1 willen kopiëren), downtime rond cut-over en onvoldoende adoptie. Mitigatie is vooral governance: begin met een pilot of gefaseerde uitrol, definieer acceptatiecriteria per proces (bijvoorbeeld “werkbon kan offline, inclusief foto’s en handtekening”), en houd een harde scope per fase. Een high-level ROI ontstaat meestal uit snellere facturatie, minder faalkosten, betere margesturing en minder handwerk—maar die ROI komt alleen vrij als processen en data daadwerkelijk veranderen.

11. Conclusie en vervolgstappen

HERO blijft vaak de beste keuze wanneer de organisatie primair draait op snelle en consistente field service execution: planning, werkbonnen, uren, foto’s en projectdossiers met minimale overhead. Als de backoffice relatief eenvoudig is en je weinig IT-capaciteit wilt inzetten, is optimaliseren binnen een sectorspecifiek systeem rationeel. Zeker als je processen goed passen op de standaard en je integratielandschap beperkt blijft.

Odoo is strategisch logischer wanneer de behoefte verschuift naar suite-ERP: volwassen voorraad/WMS, inkoop en finance-integratie, multi-company governance, en uniforme data/KPI’s over meerdere vestigingen of bedrijfsonderdelen. Dan wordt het ERP niet alleen een operationele tool, maar de ruggengraat van sturing en schaalbaarheid. De trade-off is dat je meer ontwerp-, implementatie- en veranderkracht nodig hebt.

Om die keuze te structureren helpt een checklist met criteria. Gebruik dit als besliskader in workshops en demo’s:

  • Groei en complexiteit: verwacht aantal monteurs, projecten, locaties binnen 12–24 maanden.
  • Voorraadbehoefte: eigen magazijn, traceability, busvoorraad, retouren, voorraadwaardering.
  • Finance & governance: behoefte aan consolidatie, interne doorbelasting, audittrail, autorisaties.
  • Procesvarianten: hoeveel afwijkende werkwijzen per team/vestiging moeten ondersteund worden?
  • Rapportage/KPI’s: welke stuurinformatie is “must-have” en hoe betrouwbaar is de brondata nu?
  • Integratielandschap: welke koppelingen zijn kritisch (2BA, Solar Monkey, boekhouding, BI) en wat is de roadmap?
  • Data sovereignty: EU-hosting, exportmogelijkheden, back-up/restore, subverwerkers, exit-scenario.
  • Time-to-value: wanneer moet het eerste resultaat zichtbaar zijn en wat is acceptabele verstoring?
  • IT-capaciteit: intern of partner; beheer, releases, support, monitoring.
  • TCO/ROI: eenmalig + terugkerend + veranderkosten versus verwachte winst (marge, cash, productiviteit).

Concrete vervolgstappen voor de komende 30–60 dagen zijn meestal effectiever dan nog een extra ronde “algemene demo’s”. Denk aan: een requirements workshop met operations/finance/IT, demo-scripts op basis van realistische scenario’s (bijvoorbeeld “spoedklus met materiaaltekort” of “termijnfacturatie met meerwerk”), een integratie- en datamapping op hoofdlijnen, en een eerste business case met twee scenario’s: blijven optimaliseren versus overstappen.

12. Hoe pantalytics kan helpen bij een overstap

Bij een ERP-keuze is objectivering vaak het moeilijkste deel: teams hebben verschillende pijnpunten en ieder systeem lijkt in een demo passend. Pantalytics kan helpen door de huidige situatie meetbaar te maken met een proces- en systeemscan. Daarbij worden knelpunten, uitzonderingen en varianten per vestiging of team expliciet gemaakt, inclusief waar dubbel werk ontstaat (bijvoorbeeld tussen planning, werkbon, boekhouding en losse Excel-bestanden).

Vervolgens kan pantalytics ondersteunen bij het bepalen van doelarchitectuur en scope. Dat betekent: een target operating model (hoe willen we werken), prioritering van modules en processen, en een fit-gap analyse per domein (field service, voorraad, finance, rapportage). Het doel is niet om alles in één keer te willen, maar om een realistische faseplanning te maken met duidelijke grenzen: wat moet in fase 1 goed werken, wat kan later?

Voor directie is een onderbouwde business case vaak doorslaggevend. Pantalytics kan scenario’s uitwerken (blijven bij HERO en uitbreiden/optimaliseren versus overstap naar Odoo) met een transparante TCO-structuur: eenmalige kosten, terugkerende kosten en interne veranderkosten. Daarbij wordt de ROI gekoppeld aan concrete drivers zoals facturatiesnelheid, vermindering van faalkosten, betere margecontrole, voorraadreductie of minder administratieve handelingen.

Als een overstap waarschijnlijk is, helpt een migratie- en integratieplan om risico’s te beheersen. Denk aan datamapping (welke objecten, welke kwaliteitseisen), integratiebacklog (koppelingen en prioriteit), teststrategie (incl. ketentesten) en een cut-over plan met fallback. Dit voorkomt dat migratie “iets technisch” wordt dat pas laat zichtbaar is, terwijl het juist de continuïteit van operatie bepaalt.

Tot slot is implementatiegovernance en adoptie cruciaal in de bouw- en installatiesector, waar buitendienstgebruikers weinig tijd hebben voor systemen die niet helpen. Pantalytics kan KPI’s en acceptatiecriteria opstellen (bijvoorbeeld registratiediscipline, doorlooptijd, first-time-right), een change-aanpak inrichten voor buitendienst en backoffice, en training/nazorg organiseren zodat het systeem in de praktijk ook het gewenste gedrag en de gewenste data oplevert.