Veel organisaties komen op een punt waarop het bestaande ERP niet meer vanzelfsprekend de beste keuze is. Dat moment ontstaat vaak niet door één groot probleem, maar door een optelsom: groei in ordervolume, meer varianten in producten of diensten, extra magazijnlocaties, strengere governance-eisen, of een landschap dat steeds meer bestaat uit koppelingen met webshops, WMS, planningstools en BI.
In die situatie ligt een vergelijking tussen het huidige ERP (in deze blog: Exact als referentie voor “bestaand ERP”) en Odoo voor de hand. Niet omdat één van beide per definitie beter is, maar omdat ze verschillen in uitgangspunt: Exact is in de Benelux sterk in financieel-administratieve betrouwbaarheid en sectorvarianten, terwijl Odoo bekendstaat als een modulair platform dat processen end-to-end kan afdekken en relatief ver door te trekken is naar operationele ketens.
Deze blog is bedoeld voor drie groepen die in de praktijk samen de beslissing dragen. Directie en finance kijken naar strategische fit, totale kosten (TCO), risico’s en beheersbaarheid. Operations wil weten of processen echt passen (voorraad, productie, projecten, service) en of de oplossing meegroeit zonder dagelijkse workarounds. IT beoordeelt architectuur, integratiemogelijkheden, security, data-soevereiniteit en de mate van afhankelijkheid van vendor of implementatiepartner.
De vergelijking is afgebakend als volgt: aan Exact-kant gaat het om Exact Online (cloud, “out-of-the-box”) en de uitgebreidere lijn Globe+/Synergy/Financials met meerdere deployment-opties. Aan Odoo-kant gaat het om Odoo als suite, waarbij zowel Enterprise als Community relevant kan zijn afhankelijk van het gewenste hostingmodel, de supportbehoefte en de mate van maatwerk. De essentie is niet “Exact versus Odoo” als merk, maar “suite met sterke Benelux-standaard en ecosysteem” versus “modulair platform met brede procesdekking en hoge aanpasbaarheid”.
Om de vergelijking beslisondersteunend te maken, gebruiken we dezelfde criteria door de hele tekst heen: functionele fit per domein, schaalbaarheid (processen, volumes, multi-entity), aanpasbaarheid (configuratie versus maatwerk), AI en data (rapportage, automatisering, governance), integratie en architectuur, kosten en impact van overstap, en risico’s zoals vendor lock-in of partnerafhankelijkheid.
Tot slot is de sectorcontext relevant. Exact is in de Benelux sterk aanwezig in handel/groothandel en distributie (order-, voorraad- en logistieke processen), productiebedrijven (incl. MRP), zakelijke dienstverlening en projectorganisaties (uren, budget, facturatie) en bouw (als benoemde sectorvariant). Dat betekent: veel “klassieke” use-cases zijn al voorgevormd in standaardprocessen, templates en partner-ecosystemen. De vraag is dan of dat ook uw differentiërende processen dekt—of dat de organisatie juist een platform zoekt dat meer procesvarianten en integratie in één suite kan dragen.
Exact is in de praktijk vaak het vertrekpunt voor MKB en mid-market organisaties met een duidelijke financiële kern. De positionering is Benelux-gericht, met sectorvarianten die inspelen op herkenbare processen in handel, productie, projecten/dienstverlening en bouw. In veel organisaties is Exact niet alleen “boekhouden”, maar een geïntegreerde ruggengraat voor order-to-cash, purchase-to-pay, voorraadadministratie en projectfacturatie.
Odoo vertrekt vanuit een ander model: een modulair platform met een brede set apps (finance, sales, CRM, inventory, manufacturing, projects, website/e-commerce, field service, etc.). Daardoor is het inzetbaar in meer sectoren en landen, en kan het zowel klein starten als doorgroeien. In de praktijk betekent dit dat Odoo vaker wordt gekozen als men één platform wil voor meerdere operationele domeinen, of wanneer processen afwijken van standaard “best practice”.
Een belangrijk verschil zit in productstructuur. Exact kent meerdere productlijnen. Exact Online is cloud-first en sterk gericht op “standaard snel live” voor typische MKB-processen. Globe+/Synergy/Financials zijn uitgebreider en bieden meer keuze in deployment: als dienst via Exact Cloud Services, in eigen cloud (bijvoorbeeld op AWS of Azure) of on-premise. Dat geeft flexibiliteit, maar maakt selectie en architectuur ook complexer: organisaties moeten kiezen welk product en welke inrichting past bij scope, compliance en integraties.
Odoo is conceptueel één suite met apps die je activeert per domein. De functionele scope groeit door modules toe te voegen; configuratie is vaak het startpunt, en waar nodig kan je uitbreiden met custom modules. Afhankelijk van editie en partnerkeuzes kan de grens tussen configuratie en maatwerk wel een belangrijk beslispunt worden: hoe verder je afwijkt van standaard, hoe hoger doorgaans test- en onderhoudslast (met name bij upgrades).
Voor een eerlijke vergelijking is “scope matching” essentieel. Een single-entity groothandel met één magazijn en standaard orderprocessen is niet te vergelijken met een multi-company groep met meerdere landen, meerdere valuta’s, intercompany-stromen, complexe productieplanning en projectdelivery. Ook binnen één sector kan scope sterk variëren: een productiebedrijf met eenvoudige assemblage heeft andere eisen dan een make-to-order omgeving met engineering changes, capaciteitsplanning en kwaliteitsregistratie.
Deployment en data-soevereiniteit horen eigenlijk aan het begin van de vergelijking te staan. Exact biedt bij sommige productlijnen expliciet opties voor cloud (via Exact) én eigen cloud of on-premise. Bij Exact Online is het cloudmodel leidend. Voor de exacte datacenterregio’s en EU-specifieke hostingdetails is op publiek geraadpleegde pagina’s niet altijd eenduidig terug te vinden waar productie-data draait; dat vraagt om verificatie in de selectie- en contractfase. Odoo kan afhankelijk van keuze en implementatiemodel cloud/hosted of on-premise worden ingezet. Dat opent de deur naar meer controle over data en omgeving, maar legt ook meer verantwoordelijkheid bij de organisatie (of bij de hostingpartij/partner) voor security, updates en continuïteit.
Exact heeft traditioneel een sterke financiële kern en een compliance-gedreven profiel. In veel implementaties is de verwevenheid tussen finance en operationele processen een voordeel: order-, voorraad- en projectprocessen landen consistent in de administratie. Voor organisaties die sterk leunen op betrouwbare financiële afsluiting, BTW-aangiften, auditability en een voorspelbare administratieve cyclus, kan dit uitgangspunt passen bij de manier van werken.
Daarnaast is er een duidelijke “out-of-the-box” fit voor Benelux MKB. Wanneer processen relatief standaard zijn—bijvoorbeeld verkoop, inkoop, voorraad, uren en facturatie—kan een pakket dat in de regio veel wordt gebruikt leiden tot snellere adoptie. Medewerkers en externe partijen (accountants, controllers, implementatiepartners) herkennen vaak de inrichting en terminologie. Dat is geen functionele superioriteit op zichzelf, maar kan wél een implementatie- en beheervoordeel zijn.
Een derde sterkte is de sectorspecifieke benadering. Exact benoemt varianten voor handel/distributie, productie (met MRP), projecten/dienstverlening en bouw. In de praktijk betekent dit dat bepaalde procesketens en rapportages vaker al “voorgeconfigureerd” zijn of in best practices bij partners bestaan. Bij klassieke use-cases vermindert dat ontwerpwerk: je hoeft minder zelf te definiëren hoe processen zouden moeten lopen, omdat veel keuzes al door het pakket en de sectorvariant worden gestuurd.
Ook het ecosysteem rond Exact Online is een relevant punt. Er is een App Store met uitbreidingen, waaronder BI- en rapportageoplossingen. Voor sommige organisaties werkt dit als versneller: in plaats van maatwerk bouwen, kies je een bewezen add-on met support. De trade-off is dat je daarmee functionele afhankelijkheden introduceert buiten het kern-ERP (licenties, release-compatibiliteit, supportafspraken), maar bij standaardbehoeften kan het sneller en voorspelbaarder zijn dan custom development.
Ten slotte biedt de Globe+/Synergy/Financials-lijn deployment-keuze (Exact Cloud Services, eigen cloud of on-premise). Dat is relevant voor organisaties met governance-eisen, bijvoorbeeld rond netwerksegmentatie, integratie met interne systemen, of eisen vanuit klanten/ketenpartners. Het voordeel is controle en beleidsfit; de keerzijde is dat het beheer, patching en monitoring vaak zwaarder worden, of in elk geval explicieter geregeld moeten worden via IT of een managed service partij.
Odoo’s belangrijkste differentiator is vaak de modulaire end-to-end dekking op één platform. Waar organisaties bij ERP-landschappen geregeld tegen versnippering aanlopen (verschillende tools voor CRM, sales, voorraad, productie, service, website), is Odoo ontworpen om deze domeinen in één suite te verbinden. Dat kan voordelen geven in consistentie van gebruikerservaring en in datastromen: dezelfde klant-, product- en orderdata worden in meerdere processen hergebruikt zonder dat je per definitie tussen systemen hoeft te integreren.
Een tweede punt is aanpasbaarheid en uitbreidbaarheid. Odoo wordt veelal gekozen wanneer de organisatie processen heeft die niet netjes passen in de standaard “best practice” van een sectorsuite. Configuratie kan ver komen; waar dat onvoldoende is, kan maatwerk via custom modules uitkomst bieden. Het beslissende trade-offpunt is hier onderhoud: maatwerk creëert flexibiliteit, maar vereist discipline in versiebeheer, testautomatisering en upgradeplanning. In een selectie is het daarom verstandig om expliciet te bepalen welke procesdifferentiatie strategisch is (en dus maatwerk rechtvaardigt) en welke afwijkingen vooral historisch gegroeid zijn (en dus beter gestandaardiseerd kunnen worden).
Odoo legt relatief veel nadruk op procesintegratie buiten finance. Denk aan de keten CRM → offerte → order → levering → facturatie, of aan integratie met e-commerce en klantportalen. Voor organisaties die omzetgroei realiseren via digitale kanalen, of die operationele efficiëntie zoeken in planning, warehouse, service en productie, kan zo’n geïntegreerde keten meer waarde hebben dan optimalisatie van de financiële module alleen.
Internationale schaal en multi-company scenario’s zijn een ander argument dat vaak terugkomt. Wanneer organisaties meerdere landen, entiteiten, valuta’s en intercompany-stromen hebben, wil je een ERP dat hier structureel rekening mee houdt: zowel functioneel (regels, consolidatie, prijslijsten, lokale eisen) als organisatorisch (rollen, autorisaties, shared services). Of Odoo in uw geval beter past, hangt af van de exacte complexiteit en van de gekozen inrichting; het punt is dat Odoo in opzet minder regionaal “voorgevormd” is en daardoor vaker als internationaal platform wordt benut.
Tot slot zijn integratie-opties via API’s en het open ecosysteem relevant. Odoo wordt vaak gekoppeld met best-of-breed tooling (BI, WMS, CPQ, e-commerce, planning). De mate waarin dit daadwerkelijk “minder afhankelijk van één vendor” is, hangt wel af van implementatiekeuzes: als integraties en maatwerk vooral bij één partner zitten, verschuift lock-in van softwarevendor naar implementatiepartij. Maar in principe biedt een platformbenadering ruimte om data- en integratiearchitectuur explicieter te ontwerpen.
Kijk je naar klantbasis en positionering, dan zie je twee logica’s. Exact is sterk in Benelux MKB/mid-market met sectorsuites en herkenbare financiële processen. Odoo positioneert zich als modulair platform met bredere sectorfit en internationale inzet. Dat verschil werkt door in selectiecriteria: wil je vooral voorspelbaarheid en regionale standaardisatie, of wil je een platform dat meerdere domeinen integreert en procesvarianten kan dragen?
Functioneel is een “matrix”-blik nuttig. Op finance ligt Exact vaak sterk, met een administratief volwassen profiel. Odoo kan finance ook afdekken, maar de doorslag ligt vaak in hoe het geïntegreerd is met andere apps en hoe de organisatie reporting en compliance inricht. Voor inkoop en verkoop is de vraag vooral: zijn workflows en goedkeuringen voldoende standaard of juist specifiek? Exact kan via sectorsuites en add-ons veel bieden; Odoo biedt brede procesketens, maar kan bij specifieke eisen configuratie/maatwerk vragen.
Voor voorraad/WMS is het onderscheid vaak praktisch. Groothandel en distributie vragen om functies zoals meerdere magazijnlocaties, picking/packing, retouren, batch/serie, en integratie met scanners en vervoerders. Zowel Exact (met zijn handel/distributie focus en ecosysteem) als Odoo (met inventory- en warehouse-logica in de suite) kan passen, maar de realiteit hangt af van detailniveau. Als u een zeer specialistisch WMS nodig heeft, eindigt u bij beide oplossingen mogelijk met een best-of-breed WMS en integraties. Dan verschuift de vraag naar: wie is de master voor voorraad, en hoe beheers je integratie en datakwaliteit?
In productie/MRP is de fit sterk afhankelijk van productiestrategie. Exact benoemt MRP en meldingen/rapporten als onderdeel van de productiesuite. Odoo heeft manufacturing-apps en kan in één platform bijvoorbeeld engineering, planning, voorraad en kwaliteitsregistratie verbinden. De trade-off zit in implementatiediepte: hoe complexer productieplanning, hoe belangrijker een fit-gap analyse met realistische scenario’s (zoals herplannen bij leververtraging, capaciteitsconflicten, of variantenbeheer). Veel organisaties onderschatten hier de impact van stamdata (BOM’s, routings, werkcentra) op de uiteindelijke prestaties.
Voor projecten en urenregistratie is het onderscheid vaak: “facturatiegedreven projecten” versus “delivery/operatie-gedreven projecten”. Exact heeft in de Benelux een duidelijke positie in urenregistratie, budget en facturatie. Odoo kan projecten koppelen aan sales, service en planning in dezelfde suite. Als projectdelivery sterk samenhangt met voorraad, service of abonnementen, kan Odoo’s end-to-end model voordeel geven. Als projecten vooral draaien om uren, kostenplaatsen en declarabiliteit binnen een Benelux administratieve setting, kan Exact’s standaard fit efficiënt zijn.
Rapportage/BI is in de praktijk zelden alleen een ERP-vraag. Exact biedt rapportage en werkt (ook) met ecosystem-apps zoals BI-oplossingen en reporting tools. Odoo heeft ingebouwde reporting, maar organisaties kiezen vaak alsnog voor externe BI om data uit meerdere bronnen te combineren. De beslisvraag is: wil je reporting vooral “in” het ERP oplossen, of bouw je een datalaag (datawarehouse/lakehouse) waar ERP één bron is? In dat tweede model zijn API’s, data-extract, datakwaliteit en definities van KPI’s belangrijker dan de standaardrapporten van het pakket.
De keuze tussen aanpasbaarheid en standaardisatie is een beslisframe op zich. Standaardisatie geeft snelheid, lagere testlast en eenvoudiger beheer—maar kan betekenen dat processen zich moeten aanpassen aan het pakket. Aanpasbaarheid maakt differentiatie mogelijk—maar verhoogt vaak implementatiekosten, governancebehoefte en upgradecomplexiteit. Een nuttige aanpak is om per proces te bepalen of het een “commodity” is (standaardiseren) of een “capability” die concurrentievoordeel oplevert (differentiëren). Dat helpt om maatwerk te beperken tot waar het daadwerkelijk strategisch is.
Architectuur en productcomplexiteit spelen mee. Exact’s meerdere productlijnen en deploymentvarianten bieden keuze, maar vragen ook om duidelijke scope- en roadmapbeslissingen: welk product past nu, en wat betekent dat voor uitbreiding later? Odoo’s suite-aanpak is conceptueel eenvoudiger (één platform met apps), maar de echte complexiteit zit dan in configuratie, maatwerk en integratie-architectuur—en in de discipline om upgrades beheersbaar te houden.
Tot slot zijn risico’s en afhankelijkheden bepalend. Vendor lock-in kan zitten in licentiemodel, dataformaat, specifieke add-ons of in partner-specifiek maatwerk. Datamigratiecomplexiteit hangt samen met hoeveel historische data u wilt meenemen, hoe audittrails worden geborgd, en hoeveel systemen u tegelijk vervangt. Integratieschuld ontstaat wanneer koppelingen point-to-point groeien zonder centrale monitoring, versiebeheer en eigenaarschap. En change management is vaak de grootste “onzichtbare kostenpost”: processen, rollen en interne controles veranderen, en dat vraagt tijd van key users en management.
AI is in ERP-context vooral relevant waar het administratieve lasten verlaagt of besluitvorming ondersteunt. Exact benoemt expliciet meerdere AI-toepassingen in Exact Online. Voorbeelden zijn Scan & Recognise voor factuurverwerking (documentherkenning en automatische boekingsvoorstellen), debiteurenherinneringen op basis van klantprofielen, en detectie van trends of afwijkingen via machine learning. Daarnaast wordt een “Exact AI Assistant” genoemd, die generatieve AI gebruikt om conversatiegestuurd te ondersteunen. Voor besluitvorming is belangrijk om te toetsen: welke processen worden echt automatisch verwerkt, welke blijven “suggesties”, en hoe worden uitzonderingen afgehandeld (controls, auditability, rolverdeling).
Voor Odoo is het zinvol om een beoordelingskader te gebruiken in plaats van aannames. Stel per domein vast welke AI-functies u daadwerkelijk nodig heeft: documentherkenning (AP/AR), forecasting (vraag/voorraad), anomaliedetectie (fraude, fouten, voorraadverschillen), en copilots (zoek- en assistentfunctionaliteit voor gebruikers). Toets vervolgens per editie en roadmap (en per implementatiepartner) wat beschikbaar is en wat realistisch te implementeren is zonder maatwerk dat later upgrades belemmert. AI in ERP levert pas waarde als datakwaliteit, uitzonderingsprocessen en governance op orde zijn.
De data- en rapportage-aanpak hangt nauw samen met integratiekeuzes. Exact heeft reportingmogelijkheden en biedt daarnaast BI/rapportage via ecosystem-apps. Dat is praktisch voor organisaties die snel operationele dashboards willen zonder een volledig datawarehouse. Odoo heeft ingebouwde rapportage en kan eveneens met externe BI samenwerken. In beide gevallen is de kernvraag: waar definieer je “de waarheid”? Als KPI’s (marge, OTIF, voorraadwaarde, projectresultaat) verschillen per afdeling, dan zal geen enkel ERP-dashboard dat oplossen zonder definities, eigenaarschap en datakwaliteitsregels.
Voor integraties zijn een paar best practices vrijwel altijd relevant. Werk API-first waar mogelijk en voorkom dat integraties vooral via handmatige exports/imports lopen. Kies bewust tussen point-to-point koppelingen en een iPaaS (integration platform as a service): point-to-point kan snel starten, maar groeit vaak uit tot onoverzichtelijke integratieschuld; iPaaS vraagt meer ontwerp, maar geeft centrale monitoring, logging en herbruikbare mappings. Leg vast wie eigenaar is van master data (klant, artikel, prijs, voorraad), hoe events en fouten worden gelogd, en hoe versiebeheer en testomgevingen zijn geregeld.
Bij vergelijking van integratie-ecosystemen is het nuttig om niet alleen te kijken naar “is er een connector?”, maar naar kwaliteit en levensduur. Exact Online heeft een App Store; Odoo heeft apps en partnerextensies. Criteria om te toetsen zijn: update-compatibiliteit (breken updates koppelingen?), support en SLA’s, datamodellering (hoe worden velden gemapt?), security (auth, least privilege), en exit-mogelijkheden (hoe haal je data en mappings eruit als je wisselt?).
Data-soevereiniteit en hostingkeuzes verdienen expliciete aandacht, zeker bij organisaties met EU-klanten, keteneisen of sectorale compliance. Bij Exact zijn er deploymentopties afhankelijk van productlijn: cloud (Exact Online), en bij Globe+/Synergy/Financials ook Exact Cloud Services, eigen cloud (AWS/Azure) of on-premise. De exacte datacenterregio’s voor cloudvarianten zijn publiek niet altijd eenduidig gespecificeerd; in een selectie hoort u dit contractueel te verifiëren (regio, subverwerkers, back-up locaties, supporttoegang). Voor Odoo geldt dat hostingmodellen kunnen variëren: van vendor-hosted tot partner-hosted of on-premise. Meer controle kan betekenen: data in de EU, eigen encryptiesleutels, striktere netwerksegmentatie. Maar het betekent ook: u moet governance, patching, monitoring en incidentrespons goed organiseren. Data-soevereiniteit is dus geen “ja/nee”-eigenschap van een pakket, maar een combinatie van hostingmodel, contracten en interne controlemaatregelen.
Kosten vergelijken vraagt een TCO-model dat verder gaat dan licenties. Eenmalige kosten bestaan doorgaans uit implementatie, integraties, data-migratie, testen, training en projectmanagement. Terugkerende kosten omvatten licenties/subscripties, hosting (indien van toepassing), support, beheer en doorontwikkeling. Daarbij hoort ook een “verborgen” component: de tijd van key users, procesowners en finance/IT die nodig is om ontwerpkeuzes te maken, te testen en te borgen in interne controle.
Implementatiekosten zijn sterk afhankelijk van scope en mate van maatwerk. Een implementatie die vooral standaardprocessen “lift” kan sneller en goedkoper zijn, maar levert soms minder procesverbetering op. Een herontwerptraject kan meer ROI opleveren, maar kent hogere projectrisico’s: langere doorlooptijd, meer veranderimpact en meer afhankelijkheid van besluitvorming. In de praktijk werkt een gefaseerde aanpak vaak beter: bijvoorbeeld eerst finance en basisorderprocessen stabiliseren, daarna voorraad/WMS, vervolgens productie of projecten. Die fasering moet wel passen bij integraties: als processen end-to-end lopen, kan knippen extra complexiteit veroorzaken.
Organisatorische impact is meestal groter dan vooraf ingeschat. Een overstap verandert procesharmonisatie (wie mag wat, wanneer), rollen (bijvoorbeeld centralisatie van master data beheer), autorisaties (segregation of duties), interne controle en afsluitprocessen. Ook rapportagecycli en KPI-definities veranderen: dashboards lijken “slechts techniek”, maar dwingen expliciete definities af. Het is verstandig om al in de business case tijd en budget te reserveren voor change management: training, communicatie, key user netwerk, en nazorg na livegang.
Data-migratie is een eigen project in het project. Het gaat niet alleen om stamdata, maar ook om open posten, lopende orders, voorraadposities en eventueel historische transacties. De keuze hoeveel historie je migreert versus archiveert is een trade-off tussen kosten/complexiteit en audit- of analyseeisen. Voor sommige organisaties volstaat het om historie te archiveren in een read-only omgeving; anderen hebben detailhistorie nodig voor compliance of marge-analyses. Belangrijk is ook dat datakwaliteit zichtbaar wordt: dubbele artikelen, onvolledige klantdata of inconsistenties in BOM’s komen in een nieuw ERP sneller aan het licht en kunnen de start vertragen als er geen datacleaning-plan is.
Continuïteit en risico’s moeten concreet worden ingericht. Denk aan cut-over strategie (big bang versus gefaseerd), parallel run (hoe lang en met welke reconciliaties), fallback (wat als facturatie of warehouse vastloopt), compliance rond BTW en periodeafsluiting, en risico op integratie-uitval. Ook afhankelijkheid van key users is een reëel risico: als kennis in enkele mensen zit, kan uitval het project vertragen. Het helpt om scenario’s door te rekenen en mitigerende maatregelen op te nemen in planning en budget.
Een besliscriterium voor “niet overstappen” is legitiem en vaak verstandig. Als de standaardfit van het huidige landschap voldoende is, de behoefte aan diep maatwerk laag is, het ecosysteem de belangrijkste uitbreidingen dekt, en de organisatie beperkte IT- en verander-capaciteit heeft, dan kan optimaliseren binnen de bestaande oplossing de beste ROI geven. In dat scenario ligt de winst vaak in procesdiscipline, datakwaliteit, betere rapportage en gerichte integratieverbeteringen—zonder de implementatierisico’s van een volledige migratie.
Exact blijft logisch wanneer de organisatie primair Benelux-gericht is, sectorprocessen grotendeels standaard zijn, en de nadruk ligt op een sterke financiële kern en voorspelbare administratieve processen. Als de huidige inrichting voldoet en uitbreidingen via het ecosysteem volstaan, is de stap naar een ander platform niet automatisch rationeel; optimalisatie en governance kunnen dan meer opleveren dan vervanging.
Odoo is logisch wanneer er behoefte is aan een geïntegreerde suite met brede apps over meerdere operationele domeinen, wanneer procesdifferentiatie belangrijk is, of wanneer internationale/multi-entity groei een structurele eis wordt. In dat geval kan een platformbenadering voordelen geven in dataconsistentie en end-to-end processturing, mits maatwerk en integraties beheersbaar worden ontworpen.
Een aanbevolen beslisaanpak start met het scherp maken van scope en pijnpunten: welke processen knellen en waarom? Daarna volgen procesworkshops en een fit-gap analyse op basis van realistische scenario’s (niet alleen demo’s). Parallel daaraan hoort een integratie- en data-architectuurbeeld: welke systemen blijven, wat is master data waar, en hoe wordt reporting ingericht? Vervolgens helpt een pilot of proof-of-concept om kritische processen te toetsen (bijvoorbeeld warehouse flows, MRP-herplanning, project-to-cash). Daarna bouw je een business case/TCO met scenario’s (blijven versus overstappen) en een plan van aanpak inclusief fasering en risicobeheersing.
Definieer in het selectieproces een minimale eisenlijst (go/no-go). Denk aan must-haves per domein (bijvoorbeeld batch/serie, intercompany, urenregels, goedkeuringsflows), security en hosting (EU-regio, subverwerkers, toegangsmodel), performance (volumes, piekbelasting), supportmodel (vendor/partner, responstijden), en upgradepad (hoe vaak, wat is impact, teststrategie). Dit voorkomt dat de keuze later “op gevoel” wordt gemaakt of dat critical requirements pas laat boven water komen.
Het gewenste output van het selectieproces is concreet: een shortlist met onderbouwing, criteria voor implementatiepartners (ervaring in sector en scope, aanpak voor migratie en integratie, referenties), een roadmap voor 12–24 maanden (fasering, quick wins, afhankelijkheden) en meetbare succescriteria (bijvoorbeeld sluitingstijd finance, leverbetrouwbaarheid, voorraadnauwkeurigheid, projectmargebetrouwbaarheid).
Bij een ERP-vergelijking gaat het vaak mis op impliciete aannames: men denkt dat processen “wel ongeveer passen” of dat integraties “later wel kunnen”. Pantalytics kan helpen door fit-gap en requirements concreet te maken: procesmapping met betrokken teams, prioritering in must/should/could, en een objectief scoringsmodel waarmee oplossingen op dezelfde scenario’s worden beoordeeld. Dit maakt discussies expliciet en vermindert besluitvorming op basis van demo-indrukken.
Voor de business case kan pantalytics een TCO/ROI-model opstellen dat scenario’s naast elkaar zet: blijven en optimaliseren versus overstappen. Daarin worden licenties, implementatie, integraties, migratie, testen, training, beheer en doorontwikkeling opgenomen, inclusief risico- en gevoeligheidsanalyse. Zo wordt zichtbaar welke aannames (bijvoorbeeld mate van maatwerk, datakwaliteit, benodigde interne capaciteit) de uitkomst bepalen, en waar governance nodig is.
Op integratie- en datamigratievlak kan pantalytics ondersteunen met een target architecture, een keuze tussen iPaaS en point-to-point, en afspraken over data governance (master data ownership, logging, reconciliatie). Ook kan een migratieplan worden uitgewerkt met validatie-aanpak: welke data wordt gemigreerd, hoe worden totalen gecontroleerd, hoe wordt audittrail geborgd, en welke archiveringsstrategie past bij compliance en analysebehoefte.
In de selectie en aansturing van een implementatiepartner ligt vaak een groot deel van het risico. Pantalytics kan ondersteunen met RFP’s, demo-scripts op basis van uw processen, referentiechecks, en contract- en SLA-criteria (support, updates, beschikbaarheid, exit). Daarmee worden verantwoordelijkheden duidelijker en wordt partnerafhankelijkheid beheersbaarder.
Ten slotte kan pantalytics helpen bij implementatiegovernance en adoptie: projectstructuur en besluitvorming, change management, training en key user aanpak, en KPI-monitoring na livegang. Het doel is niet “sneller live” tegen elke prijs, maar een gecontroleerde overgang met meetbaar resultaat en een beheerbaar platform na de implementatie.